Gevraagd door Sporza en VTM Nieuws naar zijn resultaat en of er meer in had gezeten, plaatste Remco Evenepoel zijn prestatie direct in de juiste context. De aanwezigheid van zijn ploegmaat Florian Lipowitz in de vuurlinie dicteerde zijn koersgedrag; Evenepoel moest zich noodgedwongen koest houden om de belangen van de ploeg niet te schaden: “Lipowitz zat vooraan, dus het was niet aan mij om de achtervolging te leiden. Dat was een gunstige situatie voor ons.” De Belg bleef echter niet louter passief en deed het nodige om zijn klassement te beschermen: “Uiteindelijk heb ik gedaan wat ik moest doen. In de laatste twee kilometer kon ik zelfs nog versnellen en sprinten.”
De grote vraag van de dag was hoe het fysiek met Remco gesteld was, twee dagen na zijn zware valpartij. Hoewel de sporen van de crash nog zichtbaar zijn, lijken ze zijn moreel en zijn vermogen om diep te gaan niet aan te tasten: “Het gevoel was niet super, maar ik heb al ergere dingen meegemaakt. Al bij al viel het dus best mee.” Ondanks de tegenslag blijft de vastberadenheid groot: “Het heeft me er niet van weerhouden om offensief te koersen. Ik hoop dat het morgen nog beter gaat.”
Ondanks een beperkt tijdverlies in het klassement, beschouwt Evenepoel zijn week absoluut niet als beëindigd. Hij loert al naar wat nog komt: “Morgen krijgen we een totaal andere etappe met kortere beklimmingen. Het wordt een soort ‘mini-klassieker’ met veel aanvallen en een ander koersscenario.”
De Belg sloot af door zijn ambities voor het weekend nog eens te onderstrepen: “Er liggen nog kansen voor een ritoverwinning en een plek op het podium.”













