Gilbert weet wat er nodig is om de voorjaarsklassiekers te temmen. Het is precies die ervaring die zijn scepsis voedt: volgens hem blijft Parijs-Roubaix een koers apart, waarvan de logica zelfs ontsnapt aan het pure talent van de Sloveen. Ondanks de indrukwekkende kracht die Pogačar vorig jaar tentoonspreidde, is Gilbert van mening dat het gewicht van de kasseien en de constante chaos de onderlinge verschillen nivelleert: «Roubaix blijft een zeer specifieke wedstrijd. We hebben soms de neiging om Pogačar te overschatten. Men praat overal over hem, en uiteindelijk ga je denken dat het ook in zijn hoofd kruipt. Daarom zal hij voor mij nooit de grote favoriet zijn in Roubaix.»
Volgens de voormalige kopman van Quick-Step beschikken andere profielen over het overlevingsinstinct en het vermogen om met gevaar te flirten — eigenschappen die onmisbaar zijn op de kasseistroken. Hij noemt met name Mathieu van der Poel als het prototype van de renner die risico’s durft te nemen waar de Sloveen wellicht voorzichtiger zou zijn: «Als Van der Poel een bocht induikt en het is ‘vallen of winnen’, zal hij altijd in staat zijn om meer risico te nemen.»
Hoewel Gilbert bewondering heeft voor de zegehonger van Pogačar — die het wielrennen een enorme meerwaarde geeft door op alle terreinen te strijden, in tegenstelling tot de klassementsrenners van weleer die zich enkel op de Grote Rondes focusten — plaatst hij toch een kanttekening: de impact op het televisiespektakel tijdens diens eindeloze solo-uitspattingen. «Het is een tweesnijdend zwaard. Het is fantastisch dat hij overal koerst, maar het is niet altijd goed voor de wedstrijd. Zeker niet wanneer de aanvallen van zo ver komen dat de camera’s moeite hebben om de strijd achter hem in beeld te brengen.»













