Het wedstrijdbegin werd gekenmerkt door een ongebruikelijke nervositeit in de Belgische rangen. Tegenover de hoge pressing van de Verenigde Staten sputterde het Belgische voetbal aanvankelijk; er werd te snel gezocht naar de diepte ten koste van de controle. “We hebben ons goed herpakt”, herhaalde Rudi Garcia meermaals na de wedstrijd. “In de eerste twintig minuten werd de bal te snel verloren. We wilden die beslissende passes te vroeg geven.”
De Franse oefenmeester zag desondanks een duidelijke tactische verbetering nog voor de rust: “Bij balverlies stonden we in het tweede deel van de eerste helft ook beter opgesteld dan voorheen.”
In de tweede helft schakelden de Duivels pas echt een versnelling hoger. Ze overrompelden een Amerikaanse defensie die niet bij machte was om de herhaalde aanvalsgolven van Doku en Lukebakio in te dammen: “We hebben vandaag 21 keer op doel geschoten. En dat in een uitwedstrijd tegen een WK-deelnemer. Tien schoten waren binnen het kader. In dat geval heb je een goede kans om veel te scoren.”
De enige smet op de feestvreugde was de defensieve kwetsbaarheid van België, vooral op hoge ballen en stilstaande fasen, waarbij de Amerikanen het gebrek aan scherpte bij de Duivels genadeloos afstraften: “We toonden ons kwetsbaar op stilstaande fasen. Maar ik maak me daar geen zorgen over. We hebben niet de meest atletische ploeg.”
Wat het tegendoelpunt betreft, was het oordeel over de houding van zijn blok strenger: “Bij die tegengoal verdedigden we te naïef. Dat gaan we analyseren.”













