Jupiler Pro League: het nieuwe alternatief voor topclubs

Jupiler Pro League: het nieuwe alternatief voor topclubs - Circus Daily

De laatste jaren heeft Club Brugge zich onderscheiden door zijn vermogen om spelers tegen hoge prijzen te verkopen. De Belgische competitie is een steeds lucratievere en interessantere markt geworden voor Europese topclubs.

circus
Foto
BELGA

Club Brugge is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een meester in het verkopen van spelers. Ook tijdens deze transferperiode vertrok Kaye Furo voor 10 miljoen euro naar Brentford – een bedrag dat astronomisch lijkt voor een speler met zo weinig speelminuten in de Jupiler Pro League (slechts 86 minuten dit seizoen), ondanks zijn potentieel. Ook Union SG lijkt deze strategie te volgen, met opvallende verkopen deze zomer, zoals die van Franjo Ivanovic voor 22,8 miljoen euro. Een cultuur die hopelijk navolging vindt in de rest van de competitie.

België is het nieuwe Portugal

Voor clubs uit de grote Europese competities wordt België steeds meer een goudmijn. Eigenlijk is België bezig aan eenzelfde ontwikkeling als Portugal een decennium geleden. Porto en Benfica waren toen dé ‘opleidingscentra’ voor jonge, vaak Zuid-Amerikaanse talenten. Spelers als Ángel Di María, Radamel Falcao, Renato Sanches, João Mário, Hulk en Nélson Semedo verlieten de Portugese competitie richting de Europese top.

In die tijd ging het nog om bedragen van twintig, dertig miljoen euro. Door de groeiende reputatie van de competitie en de inflatie op de transfermarkt zijn Portugese clubs nu weliswaar uitstekende opleiders, maar ook duur geworden. Denk aan Joao Félix (127,2 miljoen euro), Enzo Fernández (121 miljoen euro) en Darwin Núñez (85 miljoen euro). Bedragen die alleen de absolute wereldtop kan betalen, maar voor een gemiddelde Premier League- of Bundesliga-club te hoog zijn gegrepen.

Goedkoper dan elders

Hier komt de Jupiler Pro League in beeld, met Club Brugge als boegbeeld. Er is in Europa vraag naar kwalitatieve, maar financieel beter betaalbare talenten. Al meer dan tien jaar toont België aan dat het talentvolle spelers kan voortbrengen uit de eigen jeugdopleidingen – de Gouden Generatie van de Rode Duivels heeft daar sterk aan bijgedragen. Maar waar Nederlandse clubs vooral vertrouwen op eigen jeugd, kiezen Belgische clubs er bewust voor om ook buitenlandse talenten te werven, uit nog kleinere competities.

Want hoewel de duurste transfer ooit in de Pro League nog steeds die van een eigen Belg is – Charles De Ketelaere voor 37,5 miljoen euro – bestaat de top 10 van duurste verkopen vooral uit buitenlanders. Ardon Jashari? Binnen gehaald uit Zwitserland. Igor Thiago? Een Braziliaan die in Bulgarije werd ontdekt. Jonathan David? Op 18-jarige leeftijd overgekomen uit Canada. En dan hebben we het nog niet over Joël Ordóñez, die rechtstreeks uit Ecuador werd gehaald en wiens verkoopbedrag mogelijk het record van De Ketelaere zal verpulveren – er worden bedragen tot 50 miljoen euro gefluisterd.

Het winnende recept

Terug naar Brugge. Als de club vandaag de dag zo sterk staat, zowel sportief als financieel, is dat omdat ze erin geslaagd zijn om een zeer winstgevend model te creëren. Om talenten te kopen, moet je er eerst kunnen verkopen. Een cyclus die Club Brugge perfect beheerst. Niet elke transfer is een succes – denk aan Kamal Sowah of David Okereke – maar op de lange termijn volstaan een paar goede deals om winstgevend te zijn. Over de afgelopen vier seizoenen heeft Brugge een winst van ongeveer 150 miljoen euro geboekt. Indrukwekkend.

Dit model wordt ook gevolgd door Union Saint-Gilloise. De verkoopbedragen halen nog niet die van Brugge, maar de opmars van de Brusselse club is onmiskenbaar: Victor Boniface en Franjo Ivanovic vertrokken voor meer dan 20 miljoen euro, Noah Sadiki voor 17 miljoen, Cameron Puertas en Mohamed Amoura voor ongeveer 15 miljoen. Bedragen die vergelijkbaar zijn met die van Brugge zeven à acht jaar geleden, toen spelers als Krépin Diatta, Arnaut Danjuma en Wesley Moraes voor soortgelijke sommen vertrokken.

Goed voor de competitie… maar pas op voor inflatie

Deze transfers zijn uiteraard goed voor de Belgische competitie: de opbrengsten stellen clubs als Brugge en Union in staat om te reinvesteren in nieuwe talenten, wat op zijn beurt andere clubs financieel sterker maakt. Union kocht deze zomer bijvoorbeeld Adem Zorgane, Louis Patris en Rob Schoofs voor miljoenenbedragen.

Maar let op: België mag niet hetzelfde lot ondergaan als Portugal – een competitie die zo duur wordt dat clubs hun blik richten op een nieuw ‘eldorado’, zoals Noorwegen of Denemarken, die een vergelijkbare strategie volgen. Op termijn hopen we dat Belgische clubs uitgroeien tot nieuwe Braga’s of Sporting’s: clubs die zelf ook mooie transfers kunnen realiseren. Maar als alles te snel gaat, en Brugge alleen nog aan de absolute wereldtop verkoopt voor astronomische bedragen, dreigt België hetzelfde lot als Portugal: een competitie die in tweeën splitst, met een paar superrijken en een groot aantal clubs dat financieel worstelt.