De finale van La Primavera werd ontsierd door een massale valpartij waarbij de grootste favorieten betrokken waren. “Ik heb niet echt gezien wat er gebeurde. Ik lag er zelf eerst niet bij, maar er knalde een fiets tegen mij aan. Mijn hand doet flink zeer”, legde Van der Poel na de aankomst uit, terwijl hij zijn bebloede vingers aan de camera’s toonde. De wereldkampioen moest diep in zijn krachten arsenaal tasten om na het incident terug te keren en gaf toe dat de tank leeg was op het beslissende moment: “Mijn ploeg heeft me sterk teruggebracht, maar ik voelde dat het beste er wel af was. Op de Poggio koos ik snel voor mijn eigen tempo in de hoop nog terug te keren — zoals Filippo Ganna vorig jaar — mochten ze vooraan naar elkaar kijken, maar het kalf was verdronken.”
Voor Wout van Aert was het scenario zonog nog wreder. Hij zat in dezelfde valpartij in de aanloop naar de Cipressa en kampte met zowel fysieke averij als materiaalschade, wat hem tot een noodgedwongen fietswissel dwong: “Helaas heb ik enorm veel energie moeten verspelen om na die val terug te komen.” Ondanks die handicap zette Van Aert een indrukwekkende remonte neer om nog naar de derde plaats te sprinten: “In San Remo moet je blijven geloven tot de laatste snik, er kan altijd iets gebeuren. We hebben er als ploeg alles aan gedaan, maar vooraan hadden ze genoeg voorsprong om te pokeren. Uiteindelijk verdienen Pogacar en Pidcock die eerste en tweede plaats.”
Van Aert toonde zich desondanks een tevreden man: “Na die val en die fietswissel zo dicht op de Cipressa, heb ik met deze derde plaats het maximale eruit gehaald. Ik ben dik tevreden met dit podium.” Voor Van der Poel is het rapport na de eerste klassieker van 2026 wat minder florissant, al lijken zijn verwondingen de rest van zijn voorjaar niet in het gedrang te brengen.













