In een interview met het magazine Knack hield Van Aert eraan de feiten in hun context te plaatsen, ver weg van de heroïsche verhalen in de media. Voor hem was de overwinning evenzeer te danken aan zijn eigen benen als aan de fysieke staat van zijn Sloveense rivaal: «Ik moet eerlijk zijn: hij was een tikkeltje minder dan zijn normale zelf, misschien door die knieblessure. Voor mijn doen heb ik niets buitengewoons gepresteerd. Het was erg lastig, maar het was ‘slechts’ een uurtje echte koers. Ik was de week nadien niet eens volledig uitgeput.»
De editie van 2025 brak met de traditie van het defilé op de Champs-Élysées en schotelde de renners een nerveus circuit in het hart van Parijs voor. Onder een striemende regen die de kasseien spekglad maakte, besloot de organisatie de tijden voor het algemeen klassement te neutraliseren. Dat zette een groot deel van het peloton aan tot voorzichtigheid.
Van Aert had deze etappe echter met rood omcirkeld. Toch erkent hij dat Pogačar, die al zeker was van het geel, geen enkele reden had om zijn carrière op het spel te zetten op een parcours dat in een schaatsbaan was veranderd: «Het besef dat je risico’s neemt waarvan je de gevolgen je hele leven kunt meedragen, is onaangenaam. Vorig jaar had ik het gevoel dat ik risico’s móést nemen, terwijl ik dat eigenlijk niet wilde.»
Na een frustrerende Tour, getekend door opofferingen voor Jonas Vingegaard en weinig persoonlijke kansen, zou een nederlaag in dit laatste duel een te zware klap zijn geweest. De overwinning was dan ook vooral een kwestie van mentale rust: «Stel je voor dat Tadej me daar op Montmartre had gelost, na een moeilijke Tour zonder eigen succes of kans op de eindzege met Jonas... Dan was ik met een heel slecht gevoel naar huis gegaan.»













