Ondanks zijn jonge leeftijd weigert Paul Seixas aan de start te verschijnen als figurant. Hoewel de Waalse Pijl zijn onmiddellijke doel is, dwalen zijn gedachten al af naar De Doyenne van aanstaande zondag 26 april, waar hij de grootmeesters van de discipline opnieuw zal ontmoeten. Op de vraag of het krankzinnig is om te dromen van winst tegen Pogačar, is zijn antwoord kort en krachtig: “Ik sluit geen enkele mogelijkheid uit. In een koers van 250 kilometer kan er veel gebeuren. Ik vertrek nooit met een nederlaag in het achterhoofd of met de gedachte dat ik voor de tweede plaats rijd.”
De Fransman toont een mentale weerbaarheid die evenveel indruk maakt als zijn benen: “Ik sla mijn ogen niet neer. Ik kan het me niet veroorloven om bij de start naar de grond te kijken. Dat is onmogelijk, dat zit niet in mijn aard. Nadien zal de realiteit op het terrein het wel uitwijzen.”
Dat zelfvertrouwen komt niet uit de lucht vallen. Paul Seixas heeft al bewezen dat hij met de besten kan wedijveren. Tijdens zijn eerste profseizoen in 2025 behaalde hij een historische bronzen medaille op het Europees kampioenschap in de Drôme-Ardèche, waar hij op het podium stond naast Pogačar en Evenepoel. Meer recent, op de witte wegen van de Strade Bianche 2026, was hij de enige die de verschroeiende aanval van de Sloveen een tijdlang kon volgen, om uiteindelijk een schitterende tweede plaats te veroveren in Siena.
Deze ervaringen hebben zijn karakter gevormd: “Het is altijd een mooie ervaring om tegen hem te koersen. Hij is misschien wel de beste renner aller tijden. Om tegen zo’n sterke kerel te kunnen rijden en te proberen hem te verslaan, is een eer. Het helpt ook om jezelf naar een hoger niveau te tillen en te zien wat er nog ontbreekt.” Vóór het grote duel van zondag moet Seixas echter eerst de Muur van Hoei zien te temmen, waar hij als de te kloppen man wordt beschouwd.













