Gevraagd door Sudinfo naar het kantelmoment waarop Remco Evenepoel de achtervolging moest inzetten op het duo Pogačar-Van der Poel, zocht Vanthourenhout niet naar excuses, al wees hij wel op complexe logistieke factoren: “We wisten dat het een secondenspel zou worden. We konden de Koppenberg niet oprijden zoals we hadden gewild. Dat is geen excuus, maar er reden veel motoren vlak voor Pogačar en Mathieu. Op dat moment drie seconden moeten toegeven is altijd nadelig vergeleken met in het wiel zitten, maar de koers was nog lang.”
Hij onderstreepte ook de verschroeiende intensiteit van een ongrijpbare Tadej Pogačar, die iedereen dwong tot een constant tactisch steekspel: “Pogačar was vlijmscherp. Ik had soms de indruk dat Mathieu niet voluit reed, wat logisch is: niemand wil gecounterd worden door Pogačar. Van onze kant waren we vooral op Remco gefocust, tot op het moment dat het echt begon te breken.”
Op het podium eindigen bij een allereerste deelname is een zeldzame prestatie in de geschiedenis van de klassiekers. Sven Vanthourenhout loofde dan ook niet alleen de individuele prestatie, maar ook het collectieve meesterschap van zijn team: “Als we naar de geschiedenis kijken, staan er maar weinig grote kampioenen direct op het podium bij hun debuut. Dus ja, dit is een heel groot resultaat. Het was een fantastische collectieve prestatie.”
Ondanks dit succes blijft de technicus realistisch over de aanpassingen die nodig zijn om die derde plaats in de toekomst om te zetten in winst. Positionering en een specifieke voorbereiding lijken de twee belangrijkste werkpunten: “Hij zal leren van deze koers. Misschien toonde hij op bepaalde momenten iets te veel dat hij op de limiet zat, om zich te beschermen in de positionering. Dat zijn details die we moeten bijschaven. Ook de voorbereiding kan nog verfijnd worden; hij kwam net uit Catalonië, in tegenstelling tot de eerste twee van vandaag. Er zijn duidelijk details die in de toekomst het verschil kunnen maken om hier te winnen.”













