Na de 5-2-nederlaag tegen Sporting Charleroi liet La Louvière een bijzonder zorgwekkend gezicht zien, met een gebrek aan inzet en strijdlust. Daardoor rezen er vragen over een mogelijke vertrouwensbreuk tussen de spelers en Edward Still.
De trainer van de Wolven deelt die bezorgdheid echter niet. Volgens hem tonen zowel de houding van zijn spelers na de rust als hun reactie de dag nadien aan dat de groep nog steeds achter hem staat. “Nee, anders was er in de tweede helft geen reactie gekomen, onder meer na de invalbeurten van verschillende spelers. Ook had ik de gesloten gezichten die ik de dag nadien zag, niet opgemerkt als dat het geval was geweest. Ik ben absoluut rustig over de betrokkenheid van de groep tegenover mij.”
De coach wil vooral het hoofd koel houden en deze tegenvallende prestatie in de juiste context plaatsen. Zijn ploeg is immers nog volop in opbouw. Na twee opeenvolgende overwinningen zonder tegendoelpunt tegen Standard en Zulte Waregem had hij ook al geweigerd om te snel victorie te kraaien. “Nu moeten we, na deze pijnlijke en lelijke nederlaag, rustig blijven en niet onnodig alarm slaan, zodat we niet het noorden verliezen. Het moeilijkste als trainer is je eerste seizoen, je eerste maanden, zeker wanneer je met een ploeg werkt die zo sterk veranderd is.”
De komst van Cercle wordt nu al bijzonder belangrijk
Edward Still benadrukt dat zowel de clubleiding als de technische staf zich bewust zijn van de omvang van het werk dat nog moet gebeuren. Door de vele wijzigingen in de spelerskern, de komst van een nieuwe trainer en de samenstelling van een nieuwe staf bevindt RAAL zich momenteel in een aanpassingsperiode.
“Als je kijkt naar alle veranderingen die al zijn doorgevoerd, zie je dat het gaat om trainers die nog maar enkele maanden bezig zijn en die afgelopen zomer zijn aangesteld. Ook met de clubleiding zijn we ons daar heel bewust van : dit eerste deel van het seizoen, en misschien zelfs dit eerste seizoen, zal samen onze grootste uitdaging worden. Alles is voor iedereen zo nieuw. De groep moet aan mij wennen, de spelers moeten elkaar leren kennen en ik moet me aanpassen aan de club. Ook de nieuwe staf moet nog groeien. Een van de aandachtspunten is bovendien het leiderschap op het veld, dat beter moet worden.”
Er is dus geen sprake van dat alles na één wedstrijd overboord wordt gegooid, ook al kwam de nederlaag tegen Charleroi bijzonder hard aan. De thuiswedstrijd tegen Cercle Brugge, zaterdagavond, wordt nu al een belangrijke afspraak.
“Onmiddellijk na de wedstrijd waren de woede en de teleurstelling groot. Het was de moeilijkste week van het seizoen, omdat we wisten hoe belangrijk die wedstrijd was voor de club en voor heel wat mensen. Tegen Luik en Zulte hadden we twee belangrijke stappen vooruit gezet. Afgelopen weekend kregen we echter een flinke klap, misten we de aansluiting en vielen we als het ware in een diep gat”, betreurt de coach.
De technische staf besteedde dan ook een groot deel van de week aan het analyseren van de oorzaken van die zware nederlaag en het verduidelijken van de situatie tegenover de spelersgroep. Still neemt daarbij een dubbele rol op zich : zijn spelers op hun verantwoordelijkheden wijzen wanneer dat nodig is, maar hen tegelijk beschermen zodat ze hun vertrouwen niet verliezen.
“Het belangrijkste was dat we konden begrijpen wat er fout liep en de groep de nodige uitleg konden geven. Ik ben er zowel om hen wakker te schudden als om hen te beschermen en te helpen. Wat ik vooral wil vermijden, is dat we zaterdagavond met knikkende knieën aan de wedstrijd beginnen, timide zijn en niet weten wat we moeten doen.”
De coach wees onder meer op de tekortkomingen die zwaar doorwogen in de nederlaag op Mambourg : “Het gebrek aan organisatie, structuur en discipline bij bepaalde spelers verklaart voor een groot deel de nederlaag. We hebben dat aangekaart en er bijzonder hard aan gewerkt. Deze ontgoochelende prestatie moet ons sterker maken. Je kunt verliezen na een goede wedstrijd, waarin je aanwezig en agressief bent. Maar niet door zo ver onder je niveau te blijven als wij hebben gedaan. Dat doet pijn.”













