De 110e editie van de wielerronde van Italië start op zaterdag 8 mei 2027 in het noordoosten van Italië in Triëst en schotelt een parcours voor op maat van de pure klimmers, met zes aankomsten bergop plus een klimtijdrit en een loodzware etappe met tweemaal de Mortirolo. Dat maakten de organisatoren dinsdag bekend tijdens hun parcoursvoorstelling in Rome.
Na de Grande Partenza’s in Albanië en Bulgarije start de Giro volgend jaar voor het eerst sinds 2024 terug in eigen land. Toch is er in de heuvelachtige openingsetappe met start en aankomst in Triëst al meteen een korte passage doorheen Slovenië. De tweede rit, opnieuw heuvelachtig, vindt helemaal plaats in het land van Tadej Pogacar.
Opvallend in de 110e editie is het erg hoge klimgehalte, met onderweg ruim 50.000 te overwinnen hoogtemeters. Blikvangers qua extreem klimwerk zijn etappe 16 naar Aprica (met de beklimming van de Gavia-pas en tweemaal de Mortirolo langs zijn steile zijde) en de voorlaatste rit met aankomst bovenop de erg steile Monte Zoncolan (10,1 km aan 11,9 %). Daags nadien, op zondag 30 mei, finisht de Giro opnieuw in hoofdstad Rome.
De editie van 2027 bevat slechts één enkele vlakke tijdrit (37,3 km tussen Monza en Milaan). De eerste grote ronde van het volgende wielerseizoen ziet er op die manier erg anders uit dan de Tour de France later op het jaar. Die telt twee vlakke tijdritten (voor een totaal van 71 kilometer) en slechts drie aankomsten bergop.
In 2026 werd de Giro gewonnen door de Deen Jonas Vingegaard. Het is nog niet duidelijk of die opnieuw aan de start zal verschijnen. Olympisch kampioen Remco Evenepoel zette aan het eind van het voorbije wielerseizoen de deur richting een derde Giro-deelname open, maar vindt komend jaar uiteindelijk een Tourparcours dat hem duidelijk beter past dan het Girotraject.













