Vrijdag sprak Wout van Aert met een brede glimlach tijdens de ploegvoorstelling, blij dat hij opnieuw aan de start staat van de Strade Bianche in Siena.
De Belgische renner bewaart immers uitstekende herinneringen aan Toscane, met twee derde plaatsen in 2018 en 2019, voordat hij in 2020 solo de overwinning pakte. Voor Van Aert betekent deze koers een belangrijk beginpunt in zijn carrière: “Mijn wegcarrière is hier eigenlijk begonnen”, legt hij uit. Op deze terugkeer heeft hij bovendien lang moeten wachten: “Het was altijd mijn bedoeling om hier nog eens terug te komen, maar door omstandigheden heeft dat wat langer geduurd.”
Ook het parcours is de voorbije jaren flink veranderd, wat gedeeltelijk verklaart waarom hij de laatste edities oversloeg, al ligt het terrein hem nog steeds: “De dynamiek is veranderd sinds ze die extra finalelus hebben toegevoegd: het is meer een koers voor klimmers geworden. Maar het blijft een prachtige wedstrijd. En vorig jaar, in die Giro-rit, merkte ik nog eens dat de gravel mij goed ligt.”
Toch gaf hij deze week al aan dat hij dit jaar met wat meer onzekerheid aan de start staat: “Er zijn altijd twijfels bij het begin van het seizoen, maar door mijn blessure en ziekte zijn die net iets meer aanwezig dan anders. Morgen zullen er ongetwijfeld antwoorden volgen.”
Voor de renner uit Herentals is het dan ook moeilijk om een duidelijk doel te formuleren: “De verkenning voelde goed. Ik wil vooral de finale rijden en voelen dat ik echt in de koers heb gezeten. Als dat betekent dat ik voor een ereplaats vecht, zou het kunnen dat ik daar tevreden mee ben.”
De start van de wedstrijd vindt zaterdag om 11.40 uur plaats in Siena.













