Gevraagd naar de man die te boek staat als een van de beste hardrijders uit de geschiedenis, gebruikte Steve Chainel weinig vleiende bewoordingen: “Fabian Cancellara? Een klootzak! Ik haatte hem en zelfs vandaag de dag heb ik het er nog moeilijk mee, want eerlijk gezegd...” Volgens de Fransman aarzelde Cancellara — die via zijn vader Italiaanse wortels heeft — niet om scheldwoorden te gebruiken richting zijn Franse collega’s. “We waren de ‘Francese di merda’ (strontfransen in het Italiaans)”, aldus Chainel, die bevestigde dat de Zwitser hem en zijn landgenoten uitschold: “De Italianen hielden wel van (beledigen).”
Wat Steve Chainel het meeste dwarszit, is de houding van de Zwitser in vergelijking met andere grootheden uit die tijd die wel kameraadschappelijk waren. Hij haalt het voorbeeld aan van Tom Boonen: “Boonen deed altijd de moeite om Frans te spreken en zei dan: ‘Ik heb je gezien in de cross’. Hij noemt ook Juan Antonio Flecha — die hij “buitengewoon” noemt — of David Millar. Zelfs Lance Armstrong toonde een teken van erkenning: “Zelfs hij gaf me een klopje op mijn achterste, dus hij ‘kende’ me tussen aanhalingstekens.”
Voor Chainel is erkenning door je gelijken een essentieel teken van respect. Hij benadrukt dat renners als Lars Boom zijn voornaam kenden, terwijl Cancellara nooit een vriendelijk woord overhad: “Hij is echt de man die ik in mijn hele carrière nooit gemogen heb, omdat hij nooit iets sympathieks zei. Misschien is hij trouwens juist daarom zo’n grote kampioen geworden.”
Ondanks deze hardnekkige wrok zet Steve Chainel de deur voor een gesprek van man tot man — jaren na hun respectievelijke wielerpensioen — niet volledig dicht: “Ik zou op een dag toch graag eens een discussie met hem voeren.”













