Isaac Del Toro was zonder twijfel de gelukkigste man met het besluit om de tijden te neutraliseren vóór de passage op het lokale circuit rond de Butte Montmartre. Na een lekke band slaagde de Mexicaan er niet meer in om terug aan te sluiten voorin. Zonder dat bevriezen van de tijden was hij zijn witte trui kwijtgespeeld.
In het interview na de wedstrijd blikte hij terug op dat hachelijke moment : « Het is heel moeilijk om hier te staan. Jullie hebben vandaag trouwens kunnen zien hoe snel alles kan omslaan. We hebben geluk gehad dat die regel er was, maar je ziet echt hoe wreed het wielrennen kan zijn. En uiteindelijk is dit allemaal prachtig. »
Met zijn derde plaats werd hij de eerste Mexicaan ooit op het podium van de Tour de France. Een fantastisch moment voor de 22-jarige renner, maar ook voor een heel continent : « Op een dag zullen jullie begrijpen hoe ingewikkeld het is voor ons, Latijns-Amerikanen. En hoe zwaar het is om deze 21 dagen te overleven. Kortom, ik ben ontzettend blij en dankbaar om hier vandaag te staan. Het is simpelweg een kwestie van context. Ik denk dat deze sport in Europa al veel langer verankerd is, en om hier dan te komen en op een ander niveau mee te doen, tja, dat verklaart denk ik die historische achterstand. »
Bij Juan Ayuso waren de drie weken koers heel wat minder rooskleurig. Na twee sterke weken kende de Spanjaard een aanzienlijk moeilijkere slotweek, waardoor hij deze Tour afsloot op de zevende plaats in het algemeen klassement, op 17’48’’ van Tadej Pogačar.
Er was uiteraard wat ontgoocheling, al was hij blij dat hij met zijn ploegmaats van Lidl-Trek toch het podium op mocht nadat ze het ploegenklassement op hun naam schreven. « Het doel, de droom, was om in Parijs op het podium te staan. Niet op deze manier, maar het was wel heel mooi om daar met het hele team te staan, zeker voor het afscheid van Luca (Guercilena, algemeen directeur) », geeft de 23-jarige renner toe. « Je moet dus echt van al deze momenten genieten, en zoals ik zei was dit ook heel bijzonder. Maar ik kan niet wachten om het elk jaar opnieuw te proberen om weer op het podium te raken. »
Wat Juan Ayuso vooral frustreerde, is dat hij nooit de kaarten in handen had om echt zijn stempel op deze Grande Boucle te drukken : « Ik heb heel wat tegenslagen moeten verwerken die het hele proces bemoeilijkten. We hebben er met de ploeg over gesproken, dus ik denk dat ik het volgend jaar wat anders zal aanpakken. Maar goed, laten we daar nu niet te veel bij stilstaan. »
Ondanks een resem tegenslagen in de aanloop naar de Tour is Ayuso toch trots dat hij alles heeft gegeven tot het einde, onder meer met een aanval in de vlucht van de 20e etappe : « Op geen enkel moment in deze Tour voelde ik me de renner die ik wilde zijn, degene die aan de start stond in de Algarve of die ik was vóór mijn val in Parijs-Nice. Ik denk dat daar een deel van mijn frustratie vandaan komt : weten dat ik begin dit jaar weer stappen had gezet, dat ik ten opzichte van vorig jaar een niveau hoger zat, en dat ik dat niet kon omzetten in resultaten in de grootste koersen — want daar draait het uiteindelijk om. Dus er is die frustratie, maar tegelijk ben ik niet teleurgesteld, want ik heb altijd tegen de stroom in moeten roeien en heb nooit opgegeven. Ik heb er altijd het maximale uitgehaald. »
Tot slot verscheen ook Baptiste Veistroffer, die met zijn atypische profiel uitgroeide tot een van de lievelingen van het Franse publiek, voor onze microfoon. Hij blikte terug op die slotrit, waarin hij in het begin opnieuw ten aanval trok alvorens te genieten van de volksmassa in de Rue Lepic : « Een klein genietmomentje in het begin en nog een klein genietmomentje op het einde op Montmartre. »
De Fransman maakt dan ook een zeer positieve balans op van zijn allereerste deelname aan La Grande Boucle : « Grote tevredenheid. Een geweldige ontdekking van de Tour. Voor een eerste Tour had ik dit nooit verwacht, dus dit is fantastisch. »













