De overname van het stamnummer 47 was « geen makkelijk bevalling », zo omschreef de kersverse eigenaar het zelf, « tussen advocaten, curatoren en andere partijen. Maar we zijn er geraakt en ik ben bijzonder gelukkig », klonk het bij gedelegeerd bestuurder Thierry Dailly. Hij zat aan tafel aan de zijde van CEO Maxime Vossen, kersvers COO Bernard Stas (ex-ProFirst) en René Bufkens, de nieuwe bestuurder en eigenaar van het Brusselse reuzenrad.
Dolblij, maar absoluut niet naïef. « Ik neem de club over met immens veel risico’s : in derde klasse én met 20 miljoen euro aan schulden. Dat is gigantisch, maar de club zit in een gerechtelijke reorganisatieprocedure (GPR) en er kan nog onderhandeld worden. Alles zal afhangen van de respons van de schuldeisers. We hebben een uitzondering aangevraagd, maar de redding is zeker nog geen voldongen feit. » Dailly behoudt echter « het geloof en een groot vertrouwen », waarbij hij rekent op de gedeelde clubliefde met diezelfde schuldeisers en op snelle akkoorden « om weer stabiliteit te vinden, te bouwen en opnieuw trots te worden. »
In zijn kenmerkende stijl — mét de glimlach én hetonversneden Brusselse accent — omschreef Dailly zichzelf als een « poeffer met 20 miljoen schuld » nadat hij de club overnam voor « één symbolische frank ». Over de voorbije bewogen jaren wilde hij liever niet te veel kwijt. « De club heeft genoeg afgezien. Het verleden is het verleden. De supporters en ik willen naar de toekomst kijken, en vooral leven in plaats van sterven. »
CEO Maxime Vossen bevestigde dat de club « in een ingewikkelde spagaat blijft zitten, maar wel met een nieuw elan. Het project moet ambitieus worden. De sportieve ambities zullen de professionalisering volgen, maar we moeten eerst financieel onze plek weer opeisen. »













