Antoine Sibierski werd maandag aangekondigd als de nieuwe sportief directeur van Anderlecht. Woensdag beantwoordde hij vragen op een persconferentie, waar hij overigens in het gezelschap was van CEO Kenneth Bornauw. Die laatste wilde eerst zijn keuze toelichten: “We wilden een profiel om onze sportieve afdeling te versterken. We hadden vijf criteria: voetbal-DNA, sportief leiderschap, bewezen expertise, aandacht voor jeugd en een netwerk. Dat heeft ons bij Antoine Sibierski gebracht, die deze kwaliteiten combineert.”
Anderlecht, dat opnieuw een meer dan middelmatig seizoen doormaakt maar toch nog de Croky Cup zou kunnen winnen, moet weer de top bereiken. Dat is de ambitie van de Fransman: “Het prestige van de club is belangrijk. Het werk dat ik ga doen moet in verhouding staan tot het prestige van de club. Ik wil dominant voetbal, met en zonder bal. Ik wil een team met een onberispelijke mentaliteit. Ik wil spelers die lopen.”
Eerste gesprekken met de club
Sibierski kreeg ook al de kans om met de club te praten en prees het menselijke aspect: “Wat me beviel, is dat we probeerden de menselijke waarden te beoordelen. Kijken of die van Kenneth overeenkwamen met de mijne”, legt hij uit. Hij sprak ook met de voorzitter en de eigenaar van de club: “Ik heb daarna Marc Coucke en Michael Verschueren ontmoet. Ook om hun persoonlijkheid aan te voelen. Er was een echte betrokkenheid van beide kanten.”
Tot slot legde de 51-jarige man uit dat naar Anderlecht komen vooral een keuze van het hart was: “De club Anderlecht betekent veel voor mij omdat ik in Lille ben geboren. Mijn ouders hadden een tv met RTBF en ik keek naar de wedstrijden van Anderlecht in de Europacup. Ik vond het leuk om hen te zien spelen. Ik ben opgeleid bij LOSC en heb vaak tegen Anderlecht gespeeld op toernooien. Als ik aan Anderlecht denk, denk ik aan Scifo, Vercauteren, Albert, Nilis en natuurlijk aan Paul Van Himst, ook al heb ik hem niet zien spelen.”
Sibierski wil trouwens met die laatste in gesprek gaan, die volgens hem de ziel van de club belichaamt: “Ik heb gevraagd om meneer Van Himst te ontmoeten. Want hij vertegenwoordigt de club en haar geschiedenis. Hij heeft deze club gemaakt. Nieuwe generaties kunnen de geschiedenis van een club vergeten. Ik vind dat die ons elke dag moet bezielen. Het is onze verantwoordelijkheid om dit erfgoed levend te houden. Dat we er gevoelig voor zijn.”













