« Het contact is overduidelijk » : Jonathan Lardot blikt terug op twee penalty’s tegen Standard

« Het contact is overduidelijk » : Jonathan Lardot blikt terug op twee penalty’s tegen Standard - Circus Daily

Het afgelopen weekend werd er in de Jupiler Pro League opnieuw druk nagekaart over de arbitrage, met name na enkele omstreden beslissingen in de wedstrijden van Union Saint-Gilloise en Standard. Jonathan Lardot, technisch directeur van de Belgische arbitrage, gaf toelichting bij die bewuste fases.

circus
Foto
BELGA

De wedstrijd waarover de meeste inkt vloeide, was uiteraard die van Standard. De Luikenaars leidden met 1-3, maar zagen KV Mechelen in de laatste tien minuten nog langszij komen na twee strafschoppen. Bij de eerste penalty leek de fase vrij duidelijk na hands van Fosso. « We hebben dit in de voorbereiding met de clubs besproken om onze verwachtingen uit te leggen. In dit geval maakt de speler een beweging waarbij hij zijn arm achter zijn rug vandaan naar de bal beweegt en zo een duidelijke impact heeft op de fase. Dat is de reden waarom hier een penalty moet worden toegekend », analyseert Jonathan Lardot.

Maar bij de tweede fase, in de absolute slotseconden, lagen de kaarten schijnbaar minder duidelijk. Afhankelijk van het camerastandpunt kon de actie immers anders beoordeeld worden. Voor Lardot is de situatie nochtans glashelder. Hij vergelijkt de fase met een meer alledaagse actie tussen twee veldspelers : « Wanneer een speler klaar en duidelijk de bal speelt en door zijn correcte ingreep, zonder extra beweging, contact maakt met de tegenstander, kun je niet zeggen dat dat contact foutief is. Dan spreken we over een situatie waarin de bal gecontroleerd en duidelijk gespeeld wordt. Maar als er slechts een minuscuul contact is tussen de voet en de bal en de speler plant vervolgens zijn studs op de voet van de tegenstander, begrijpt iedereen dat dat – afhankelijk van de intensiteit – geel of rood is. »

De scheidsrechtersbaas past die redenering vervolgens toe op de omstreden fase : « Hier komt de doelman van Standard in mijn ogen te laat met zijn ingreep, al ben ik niemand om hem te beoordelen. We zien duidelijk dat de aanvaller op volle snelheid komt en de bal eveneens speelt. De bal gaat tussen de handen van Epolo door, die horizontaal in de lucht zweeft. Er is misschien een licht contact met de bal, maar die verandert niet van richting. Er is geen koerswijziging zoals je verwacht wanneer een doelman de bal gecontroleerd speelt. Hier verandert de bal niet van richting en we zien dat er een duidelijke impact is op de Mechelen-aanvaller, wat zijn actie beïnvloedt. Je zou eventueel kunnen stellen dat hij de bal raakt, maar nee : hij speelt hem niet gecontroleerd, hij schampt hem amper. In zo’n geval beoordelen we de tweede fase : het contact is overduidelijk, dus is het penalty. »

Een andere beslissing die onder een vergrootglas lag, was de afkeuring van het doelpunt van Zulte Waregem tegen Union Saint-Gilloise wegens een vermeende overtreding op doelman Koffi. « Voor mij is het duidelijk dat er geen fout was », stelt Lardot. « De aanvaller heeft het recht om op die positie te staan. Hij mag voor de doelman staan zolang hij geen beweging of gebaar maakt om de doelman te belemmeren bij het plukken van de hoge bal. »

Het doelpunt had dus goedgekeurd moeten worden, maar bij die fase dook er een ander probleem op : « Om de VAR te laten ingrijpen, moeten we kijken naar het moment van het fluitsignaal. En dat was hier het struikelblok. Weerklonk het fluitsignaal vóór of nádat de bal de lijn overschreed ? Dat is doorslaggevend. Als er gefloten werd vóór de bal over de lijn was, mag de VAR niet meer tussenbeide komen. En in die zeer ongelukkige situatie zijn we hier beland. »

Tot slot zorgde ook een fase in het duel tussen Genk en Westerlo voor heel wat stof tot opwaaien. Was de bal de doellijn al voorbij toen Jungdal de bal van Bangoura uit zijn doel grabbelde ? « Het buikgevoel zegt heel duidelijk dat de bal de lijn was overgeschreden », geeft de ex-scheidsrechter toe. « Maar zoals ik altijd zeg : een gevoel is geen werkelijkheid. Het ging om een bal in de lucht. Dat is veel moeilijker te beoordelen dan een bal op de grond. Doellijntechnologie hebben we bij ons niet. Dat is geen excuus, want we moeten de beslissingen op het veld kunnen nemen. Maar ik wil er gerust een weddenschap over afsluiten : gokken dat die bal 100 % over de lijn was, zou ik niet doen. Mijn vermoeden is heel sterk, maar ik heb geen hard bewijs. En zonder bewijs begrijp ik dat de VAR niet ingrijpt. »

Waardoor de vraag rijst waarom er in België geen doellijntechnologie gebruikt wordt. Volgens Jonathan Lardot weegt het kostenplaatje simpelweg niet op tegen het gebruik : « Het budget speelt hier een doorslaggevende rol. Ik ga geen cijfers noemen omdat ik die details niet ken en geen onjuiste bedragen wil noemen, maar het is ontzettend duur. En voor hoeveel situaties per seizoen heb je die technologie nu écht nodig ? »