Wout van Aert had slechts twee koersdagen in de benen (Le Samyn en de Strade Bianche) voordat hij in Italië aan de start verscheen. Dat gebrek aan ritme vertaalde zich soms in kleine positioneringsfoutjes, maar de winst van deze wedstrijdweek is voor hem onschatbaar: «Dit kun je op training niet simuleren. Je hebt dat wedstrijdgevoel nodig. Het is een cliché, maar dat is onvervangbaar.»
Verre van alleen maar in het peloton mee te bollen om kilometers te maken, drukte de Belg zijn stempel op de koers. We zagen hem meedingen naar de zege in Martinsicuro (5e), om zich daarna te transformeren tot luxeknecht voor Matteo Jorgenson. Zaterdag, op een parcours met maar liefst 4.000 hoogtemeters, hield hij richting Camerino lang stand tussen de beste klimmers. Tijdens de slotrit was hij het opnieuw die zijn Amerikaanse ploegmaat naar de nodige bonificatieseconden loodste om de tweede plaats in het algemeen klassement veilig te stellen.
Ondanks het uitblijven van een individueel succes, vertrekt Van Aert met een voldaan gevoel over zijn globale prestatie. «Met een overwinning erbij hadden we misschien een nog betere score kunnen halen. Maar voor het overige ben ik zeer tevreden», legt hij uit, waarbij hij zichzelf een solide 8 op 10 geeft. Voor hem is de missie geslaagd: «Qua gevoel zit het perfect. Dit is exact wat ik voor deze week in gedachten had.»
De tijd van finetunen is nu voorbij. Van Aert stapt zijn belangrijkste maand van het jaar in, de periode waarin hij moet oogsten. Tussen Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix krijgt hij geen rustmomenten meer. Het doel is glashelder: een einde maken aan een droogte van meer dan twee jaar in de grote voorjaarsklassiekers. Zijn laatste grote triomf dateert immers alweer van Kuurne-Brussel-Kuurne in 2024.













