“We moeten met beide benen op de grond blijven” : Patrick Evenepoel trots, maar waakt voor overmoed

“We moeten met beide benen op de grond blijven” : Patrick Evenepoel trots, maar waakt voor overmoed - Circus Daily

Nadat Remco opnieuw uitpakte in de Tour de France met een klinkende etappezege in de tijdrit – en dat op de nationale feestdag – was de emotie tastbaar bij zijn vader, Patrick.

circus
Foto
AFP

Je zoon zien zegevieren in ’s werelds grootste wielerkoers blijft een bijzonder moment, maar bij Patrick Evenepoel overheerst toch vooral de opluchting over de geleverde inspanningen : “We zijn vooral blij dat al het harde werk dat hij erin heeft gestopt, eindelijk zijn vruchten afwerpt.”

Deze overwinning is het perfecte antwoord op een periode vol twijfels en druk van buitenaf. Hij kwam dan ook terug op de niet-aflatende kritiek op de schouders van zijn zoon : “Al die kritiek die hij heeft moeten slikken, die wij hebben moeten slikken… Eigenlijk doet het ons niks meer, maar dit bewijst toch maar weer dat het hem juist motiveert.”

Achter deze glansprestatie schuilen maanden van opoffering ver weg van huis : “We zijn zo trots op hem en op wat hij de afgelopen twee maanden heeft doorgemaakt. Continu trainen, op stage, weg van zijn familie, weg van zijn vrouw… De ploeg heeft de planning omgegooid, en ik ben nu gewoon ontzettend blij voor hem dat het zo uitpakt.”

Maar ondanks de bloedvorm van Remco is er van euforie geen sprake. De rauwe werkelijkheid van de koers sloeg immers genadeloos toe met het uitvallen van zijn schaduwkopman Florian Lipowitz : “Aan de andere kant moeten we dubbel zo alert zijn, want de ploeg raakt wel Lipowitz kwijt door een valpartij. En zoiets kan iedereen overkomen.”

Voor de slotweek van deze Tour de France blijft alertheid dan ook het toverwoord. “Er wachten nog vijf dagen en we moeten met beide benen op de grond blijven staan. Hij bezet een prachtige tweede plaats, maar de koers duurt nog lang,” waarschuwt hij. En op de vraag of zijn zoon nu blaakt van het zelfvertrouwen, antwoordt Patrick vastberaden : “Dat denk ik wel, ja.”