Nadat hij zaterdag al de verkenning van de ploegentijdrit moest staken (waarin zijn team wegzakte naar de 21e plaats en hijzelf de meet passeerde met 2 minuten en 33 seconden achterstand op zijn kopman Lennert Van Eetvelt), beleefde Arnaud De Lie deze zondag een nieuwe lijdensweg. De Belg zat geïsoleerd, kon het tempo van het peloton niet volgen en werd al snel gelost zodra de weg omhoogliep.
Geëscorteerd door zijn Franse teamgenoot Baptiste Veistroffer bereikte De Lie de aankomst in allerlaatste positie, waarbij hij een gigantische achterstand van 18 minuten en 25 seconden toeclof op de dagwinnaar, Isaac Del Toro. Bij de aankomst hield sportief manager Kurt Van De Wouwer eraan de tactische situatie te herleiden tot de juiste proporties : « Tenzij Baptiste erin zou slagen om mee te glippen in de vroege vlucht, was ons plan voor de wedstrijd dat hij als steun aan de zijde van Arnaud zou blijven. Arnaud heeft immers nog steeds af te rekenen met de nasleep en is zeker nog niet honderd procent. »
Ondanks de omvang van de achterstand werd het belangrijkste gered voor de Belgische formatie : « Arnaud en Baptiste zijn veilig binnengekomen. De tijdslimiet is nooit een probleem geweest, we hebben weer een dag overleefd. » Hoewel het moraal van de Waalse sprinter « onder het nulpunt » zat na zijn opgave tijdens de verkenning, verzekert de staf dat de renner zijn glimlach en de mentale kracht heeft teruggevonden om te blijven vechten.
Ook op medisch vlak is de staf geruststellend : « Medisch gezien is er geen enkel gevaar, we zijn geen dingen aan het doen die slecht zouden zijn voor zijn gezondheid. Het niveau in de Tour is simpelweg zo onbarmhartig hoog dat als je door ziekte slechts op negentig procent zit, het heel zwaar wordt. Zeker met deze extreem warme omstandigheden. Ik heb enorm veel renners zien afzien. »













