Ingekort tot 89 kilometer om logistieke redenen, was de slotrit allesbehalve een wandeling in het park. Ontketend op de opeenvolgende beklimmingen van de Rue Lepic in Montmartre, bliezen Van der Poel en Pogacar het peloton uit elkaar om zich met z’n tweeën af te zonderen aan de leiding.
Ondanks de razendsnelle terugkeer van de sprintersploegen in de laatste meters, vond de Nederlander de nodige krachten om zijn sprint van heel ver aan te gaan en te zegevieren voor zijn ploegmaat Jasper Philipsen en de groene trui Mads Pedersen.
Bij de aankomst was de emotie compleet voor de kopman van de formatie Alpecin-Premier Tech, die de ontgoochelingen uit het verleden uitwist : « Ik wacht al een jaar op dit moment. Vorig jaar was ik ziek, en deze overwinning is een echte droom. Het is ongelooflijk. Ik heb een enorm respect voor Tadej ; hij is de beste renner ter wereld. Ik dacht dat we gegrepen zouden worden, maar ik heb alles gegeven. Bij de aankomst zag ik een wiel naast het mijne, en gelukkig was dat dat van Jasper. We zijn niet goed aan deze Tour begonnen, maar dit maakt veel goed. Dit was een van de wedstrijden die ik echt wilde winnen. Ik weet niet waar die energie vandaan kwam, maar zeker niet uit de diepste vezels van mijn lijf. (lacht) »
Van der Poel haalde het uiteindelijk met een half wiel voorsprong op zijn ploegmaat Jasper Philipsen : « Ik heb tot het uiterste gepusht. Ik zat te wachten tot er een wiel zou opduiken om me in te halen, maar dat gebeurde niet. Uiteindelijk zag ik een Pirelli-band naast me : het was die van Jasper. Dit bewijst dat we nooit hebben opgegeven. Onze Tourstart was misschien niet ideaal, maar eerste en tweede worden op de Champs-Élysées, dat is heel mooi. »













