Het is u wellicht al opgevallen : Mark van Bommel spreekt Nederlands in de kleedkamer van de Rode Duivels. Op sociale media was te zien hoe de nieuwe bondscoach zijn eerste instructies in zijn moedertaal gaf. Enkele dagen geleden deed hij volgens HLN nog deze uitspraak over het WK van 2018 :
“Ik denk dat jullie op het WK verder hadden kunnen komen. Met wat geluk hadden jullie het zelfs kunnen winnen. En dat moet ook de mentaliteit zijn voor het volgende toernooi.”
Ook na de mooie overwinning in Italië afgelopen vrijdag was te zien hoe hij zijn spelers feliciteerde, opnieuw in het Nederlands.
“Dat is absoluut geen probleem”
Logischerwijs rijst de vraag of het gebruik van het Nederlands voor sommige spelers een probleem kan vormen. Mark van Bommel was daar duidelijk over :
“Ik praat inderdaad Nederlands, maar mijn assistenten Boudewijn Zenden en Maarten Martens praten vloeiend Frans. De spelers begrijpen het allemaal wel, zeker als ik iets langzamer praat. En als er iets na een bespreking of op het trainingsveld niet duidelijk is, dan leg ik of iemand anders het nog eens uit.”
De 49-jarige bondscoach benadrukt dan ook dat het Nederlands “absoluut geen probleem” vormt.
Engels tijdens sommige individuele gesprekken
De Belgische bondscoach verduidelijkte ook dat hij tijdens individuele gesprekken met Franstalige spelers overschakelt op het Engels of, in het geval van Matias Fernandez-Pardo, het Spaans : “We kunnen wat dat betreft alle kanten op”, aldus de voormalige coach van Antwerp.













