Gevraagd naar zijn fenomenale vermogen om tegenstanders uit te schakelen, deed de Rode Duivel niet aan valse bescheidenheid. Voor hem is dribbelen een tweede natuur, een wapen dat hij ongeremd wil inzetten: «Ik weet dat dit mijn grote kracht is. Ik ga het niet onder stoelen of banken steken, dit is mijn talent.» Dit seizoen vertaalde die aanvalskracht zich in 13 assists over alle competities heen, een balans waar hij tevreden over is: «Ik denk dat ik op dat vlak goed werk lever, want uiteindelijk hangt dat niet alleen van mij af.»
Met slechts 4 doelpunten op de teller dit seizoen (waaronder 2 in de Premier League), volgt Doku een traject dat doet denken aan dat van ene Eden Hazard: een enorme invloed op het spel, maar een afwerking die soms achterblijft. De Citizen heeft het probleem haarscherp geanalyseerd: «Ik moet vaker in de zone komen waar ik makkelijk kan scoren. De simpele goals, de tap-ins. Als je naar mijn doelpunten kijkt, is dat vaak na een dribbel waarbij ik alles zelf doe. Maar als ik per seizoen al vijf ‘kant-en-klare’ goals zou maken, zou dat mijn statistieken compleet veranderen.»
Om de absolute top te bereiken, zet Doku in op regelmaat: «Ik moet constant zijn, onstopbaar. Dat is waar ik naar streef.» Op de vraag of hij al tot de wereldtop behoort, laat hij het oordeel liever aan zijn tegenstanders over, al toont hij een onwankelbaar vertrouwen in zijn eigen potentieel: «Ben ik een van de beste ter wereld? Dat moet je aan de verdedigers vragen. Maar mensen zouden er anders over denken als ik meer zou scoren. Als ik dat aan mijn spel toevoeg, kan ik de beste worden. Daar ben ik 100% zeker van.»













