Dit was op zijn zachtst gezegd een bijzonder einde van de zomerse transferperiode. Terwijl AS Monaco minstens één speler met een hoge marktwaarde moest verkopen, leek de club de vertrekken van Folarin Balogun naar Everton en Lamine Camara naar Chelsea te hebben afgerond. Maar beide transfers sprongen in de allerlaatste minuten van de transferperiode af, tot grote woede van Chelsea. Een overzicht van de situatie.
De Monegasken, die om financiële redenen een speler moesten verkopen, wilden uiteindelijk slechts één van de twee spelers van de hand doen. Nadat een akkoord met Everton was bereikt over Balogun (tussen 40 en 50 miljoen euro), ontdekten de Toffees tijdens de medische keuring een probleem en wilden ze de transfersom naar beneden bijstellen. Ondertussen bereikte Monaco een akkoord met Chelsea over de transfer van Lamine Camara. De Monegasken slaagden er uiteindelijk echter in om ook met Everton tot een akkoord te komen over Balogun.
Het resultaat ? Monaco annuleerde simpelweg de transfer van Camara, hoewel er al een schriftelijk akkoord was bereikt. Dat leidde tot grote woede bij Chelsea, dat het gedrag van de Monegasken « onprofessioneel » noemde. Maar op het laatste moment besloot Folarin Balogun zelf om niet naar Everton te vertrekken, nadat hij zijn medische keuring al had afgelegd. Dat had vermoedelijk te maken met de neerwaartse heronderhandeling van zijn contract. En dus verkocht Monaco uiteindelijk geen van beide spelers voor het sluiten van de transfermarkt.













