Hoewel het in 1B een gangbare praktijk is om enkele spelers uit de A-kern speelminuten te geven, ging de Limburgse club een stap verder door tegelijkertijd vier potentiële basisspelers uit de hoogste afdeling op te stellen. Een beslissing die zwaar doorwoog op het resultaat (2-0) en voor grote woede zorgde in het Luikse kamp.
Genk pakte stevig uit door Nikolas Sattlberger, Noah Adedeji-Sternberg, Jusef Erabi en Sory Bangoura af te vaardigen naar de Challenger Pro League. Samen vertegenwoordigen deze vier spelers een marktwaarde van maar liefst 21 miljoen euro. Hoewel ze de dag voordien nog op de bank zaten bij het eerste elftal tegen Mechelen, speelden ze nu de volledige 90 minuten onder leiding van Igor De Camargo. Sattlberger veroorloofde zich zelfs de luxe om de score te openen.
In Rocourt is de frustratie enorm. RFC Luik, dat bezig was aan een indrukwekkende reeks van zeven wedstrijden zonder nederlaag, zag zijn dynamiek gebroken door een ploeg die door deze versterkingen onherkenbaar was veranderd. Voor Gaëtan Englebert, de trainer van de ‘Sang et Marine’, komt de sportieve eerlijkheid van de competitie door dergelijke praktijken ernstig in het gedrang: «Wat hier gebeurd is, is schandalig voor het verloop van de competitie. Wij proberen onze wedstrijden zo goed mogelijk voor te bereiden, maar een tegenstander die het zich kan permitteren om zoveel spelers uit de A-kern te laten zakken, dat is niet normaal.»
De impact van deze massale versterking beperkt zich niet tot de frustratie van één avond. Door het verlies tegen deze «superreserve» mist RFC Luik de kans om zijn plek in de top 6 te verstevigen. De club voelt nu de adem van Eupen in de nek in de strijd om de play-offs. Hoewel de reglementen dit soort verschuivingen tussen de A-kern en de U23 toestaan, wakkert dit machtsvertoon van de Limburgers onvermijdelijk het debat aan over de aanwezigheid en de omkadering van beloftenploegen in het Belgische profvoetbal.













