RWDM had tot begin maart om bewijzen voor te leggen van afbetalingsplannen rond de veelbesproken transfer van Ernest Nuamah van het Deense FC Nordsjaelland (waarin RWDM tussenstap was richting Olympique Lyon) en die van Kwasi Poku van het Canadese Forge FC. Er moest ook bewijs voorgelegd worden van een overschrijving van fondsen van het Braziliaanse Botafogo naar de «Litouwse rekening van de club».
Op transfervlak (bovenop de voornoemde transfers) wachten RFC Luik en Crossing Schaarbeek op achterstallig geld voor respectievelijk Frédéric Soelle Soelle en Xavier Preijss. RWDM bleek ook achter te staan met betalingen aan de KBVB, de Franstalige vleugel ACFF en slaagde er niet in een overzicht voor te leggen van het sociaal secretariaat, waardoor het niet duidelijk is hoeveel schulden het op dat vlak heeft. Betalingen aan de RSZ en arbeidsongevallenverzekering werden ook niet uitgevoerd.
RWDM trok naar het arbitragebureau CEPANI om de beslissing alsnog te veranderen, maar het bureau vond daar geen reden toe. «De club betreurt de uitkomst van deze procedure, maar respecteert de genomen beslissing volledig. RWDM blijft zich ten volle inzetten om de stabiliteit van de club te waarborgen, haar belangen te verdedigen en zich voor te bereiden op de komende verplichtingen», aldus RWDM.













