Brian Riemer, voormalig T1 van Anderlecht, is formeel: «Als ik was gebleven, hadden we nu al een trofee»

Brian Riemer, voormalig T1 van Anderlecht, is formeel: «Als ik was gebleven, hadden we nu al een trofee» - Circus Daily

Tijdens zijn bezoek aan Anderlecht afgelopen zondag voor de Clasico tegen Standard, had Brian Riemer heel wat te zeggen over de huidige staat van de club en zijn eigen ambtstermijn.

circus
Foto
AFP

Het was een toeschouwer met een scherpe blik en een bekend gezicht op Neerpede die donderdagavond in de tribunes plaatsnam voor het debuut van Edward Still aan het hoofd van Anderlecht tegen Antwerp. Brian Riemer, de man die tussen december 2022 en september 2024 de teugels in handen had bij RSCA, was terug op de plek van zijn voormalige aanstelling. Officieel is de Deen op scoutingmissie voor zijn nationale ploeg: «Ik zoek verdedigers omdat we een kleine crisis doormaken. Lucas Lissens speelt bijna elke week, zo kom je automatisch in aanmerking», legt hij uit in een interview met Sudinfo.

Maar naast zijn aantekeningenboekje deelde de ex-coach ook een vaststelling vol verbazing. «Donderdagavond herkende ik de ploeg die ik had achtergelaten niet meer», geeft hij met een vleugje spijt toe. «De meerderheid van de spelers ken ik niet. Er is zoveel veranderd, ook intern.»

Voor Riemer is die constante verandering de kwaal die stamnummer 35 teistert. Met Union Saint-Gilloise als voorbeeld van stabiliteit, betreurt hij de trainerscarrousel. «Fundamenten zijn essentieel. Je kunt niet het ene jaar Vincent Kompany aanstellen, het andere jaar Felice Mazzu, en dan Brian Riemer, David Hubert of Besnik Hasi. Elke coach heeft tijd nodig.»

De ex-T1 blijft er overigens van overtuigd dat de club te overhaast heeft gehandeld bij zijn ontslag: «Ik ben ervan overtuigd dat als ik bij Anderlecht had kunnen blijven, we vandaag al een trofee hadden gewonnen. Er lag een basis waarop we konden voortbouwen.»

Gevraagd naar de aanhoudende kritiek op de loonmassa die uit zijn tijd en die van Jesper Fredberg stamt, verdedigt Riemer zich. Volgens hem kan succes niet enkel rusten op de jeugd, hoe getalenteerd die ook is. Hoewel hij de jonge Nathan De Cat omschrijft als het «lichtpunt van de avond», waarschuwt hij: «Anderlecht zal er niet beter op worden met elf ‘De Cats’. Als je er één of twee hebt en je omringt hen goed met leiders zoals Vertonghen of Delaney, dan kan het werken.»

De Deen wijst tot slot op een schril contrast tussen de historische ambities van de club en de huidige economische realiteit: «Het probleem is dat we tegelijkertijd voor de prijzen moesten spelen, mooi voetbal moesten brengen en spelers moesten verkopen. Wie kan dat? Dat bestaat alleen op Playstation. De verwachtingen waren die van Real Madrid. Maar als je zelf een club uit de subtop in België bent...»