De misdragingen tijdens de finale van de Beker van België, die afgelopen 14 mei op het veld werd verloren, hebben hun juridische ontknoping gekend. Die dag miste Sporting niet alleen haar sportieve afspraak : door het massale gebruik van pyrotechnisch materiaal, de vernieling van talloze zitjes in het nationale stadion en de provocatie waarbij een vlag van Union Saint-Gilloise in brand werd gestoken, beloofde de rekening gepeperd te worden. Hoewel werknemers van Anderlecht de dag nadien al ter plaatse waren gegaan om een handje te helpen bij de schoonmaak, moesten de instanties van het Belgische voetbal wel ingrijpen.
Het vonnis viel deze vrijdag en blijkt bijzonder zwaar te zijn voor de Brusselse club. Het Disciplinair Comité heeft geoordeeld : voor het seizoen 2026-2027 zal Anderlecht haar verplaatsing naar het veld van Union Saint-Gilloise moeten afwerken met een volledig gesloten bezoekersvak, op zondag 30 augustus voor de allereerste derby van de hoofdstad.
De strengheid van het Comité beperkt zich niet tot de competitiematch alleen. De autoriteiten hebben de sanctie nauwkeurig dichtgetimmerd : mocht de loting de twee Brusselse rivalen opnieuw tegenover elkaar zetten in de Beker van België in het Joseph Marienstadion, dan krijgen de supporters van Sporting ook daar een reisverbod opgelegd. Om het helemaal compleet te maken, kreeg de club een forfaitaire boete van 8.000 euro.
In het Lotto Park is de pil erg bitter om te slikken. Volgens Sudinfo veroordeelt RSCA het gedrag van de herrieschoppers weliswaar scherp, maar onderzoekt het bestuur nu al alle mogelijke rechtsmiddelen. De club bestudeert actief de optie om de zaak voor het Disciplinair Comité voor het Professioneel Voetbal te brengen om een beslissing aan te vechten die intern als « bizar » wordt bestempeld. De Anderlecht-directie heeft nu enkele dagen de tijd om haar beroep al dan niet officieel in te dienen.













