Manchester City won met 2-3 op bezoek bij RB Leipzig tijdens de vierde speeldag van de competitiefase van de Champions League. Bij de Duitse thuisploeg stond Maarten Vandevoordt tussen de palen, terwijl Jeremy Doku bij de Citizens in de 64e minuut mocht invallen. Op dat moment stond het 2-2.
City kwam twee keer op voorsprong, eerst dankzij een owngoal van Castello Lukeba (37e, 0-1) en vervolgens via Enzo Fernandez (58e, 1-2). Leipzig knokte zich echter telkens terug in de wedstrijd, met doelpunten van Ridle Baku (49e, 1-1) en Antonio Nusa (61e, 2-2). Na een knappe individuele actie van Eliott Anderson kwam de bal bij Erling Haaland terecht, die City definitief opnieuw op voorsprong bracht (78e, 2-3). De spanning bleef echter te snijden. David Raum, de kapitein van Leipzig, trapte een vrije schop tegen de lat (80e). Ook Rayan Cherki trof het doelhout na een voorzet van Doku, terwijl Vandevoordt niet eens bewoog (84e).
Thorgan Hazard stond aan de aftrap bij Lens, dat voor eigen publiek een historische vernedering moest ondergaan tegen Como (1-9). Sinds de hervorming van de Champions League in 1992 verloor geen enkele club nog met zulke zware cijfers. Eerder wonnen Liverpool in 2007 tegen Besiktas en Real Madrid in 2015 tegen Malmö met 8-0.
Kevin De Bruyne speelde de volledige wedstrijd tussen Napoli en Porto. De Napolitanen eindigden met tien spelers na de uitsluiting van Rafa Marin (88e). De Portugese Dragons haalden het overtuigend met 4-1, dankzij doelpunten van Jan Bednarek (11e), Gabri Veiga (71e) en Jakub Kiwior (80e). Samu maakte de nederlaag van Napoli vanaf de strafschopstip nog zwaarder (89e, 4-1). Scott McTominay had eerder voor de Italiaanse treffer gezorgd (43e).
In het klassement tellen Como (vierde) en Manchester City (zevende) allebei negen punten. Porto (26e), Napoli (27e), Leipzig (30e) en Lens (33e) staan met drie punten buiten de top 24.













