Het dossier van de spelers met een dubbele nationaliteit doet in België al maandenlang veel stof opwaaien. De keuze van Jorthy Mokio maakte in het bijzonder heel wat tongen los : aangezien hij al een officiële wedstrijd speelde voor de Rode Duivels, moet hij ingevolge de FIFA-reglementering drie jaar wachten alvorens hij het truitje van de Democratische Republiek Congo mag aantrekken. Die opvallend lange wachttijd weerhield hem er echter niet van om resoluut voor de Luipaarden te kiezen.
De middenvelder van Ajax maakte trouwens al deel uit van de selectie van Sébastien Desabre, ook al mocht hij nog niet op het veld staan. Op een persconferentie kwam de bondscoach terug op de beslissing van de Belgisch-Congolese belofte, zoals geciteerd door L’Équipe : « Hij wilde zo graag voor de RDC spelen dat hij bereid was om drie jaar te wachten. Dat is een krachtig signaal voor iedereen. Hij is er nu al bij om zich volledig te integreren en de sfeer op te snuiven. »
Mokio is lang niet de enige die voor de Luipaarden heeft gekozen terwijl hij eveneens voor België kon uitkomen. Afgelopen donderdag stonden tegen Equatoriaal-Guinea met Matthieu Epolo, Theo Bongonda en Noah Sadiki drie spelers met een Belgisch verleden op de mat. Joris Kayembe en Ngalayel Mukau zaten op de bank.
Maar hoe slaagt Congo erin om al deze spelers met een dubbele nationaliteit te overtuigen ? Sébastien Desabre wilde zijn geheim recept niet prijsgeven, maar is opgetogen dat hij over zoveel kwaliteitsspelers kan beschikken : « We leggen de spelers geen enkele druk op. Maar deze jongeren zorgen voor concurrentie en frisheid, wat het hele team naar een hoger niveau tilt. »
De bondscoach, die nog een contract heeft tot 2030 bij de RDC, toont zich dan ook bijzonder ambitieus voor de toekomst : « De eerste stap was het WK, maar dat was geen eindpunt. »













