DAZN had de rechten van de Pro League voor de periode 2025-2030 binnengehaald voor een bedrag van 84,2 miljoen euro per jaar. Omdat de groep de overeenkomst financieel onhaalbaar achtte — nadat ze pas in de allerlaatste maand van vorig seizoen een akkoord had bereikt met de operatoren Telenet, Proximus en Orange — besloot de mediagroep het contract eenzijdig te verbreken. Die beslissing werd door de Pro League onmiddellijk aangevochten voor de arbitragecommissie van het Cepani.
Hoewel een definitieve uitspraak pas in de loop van volgend seizoen wordt verwacht, had het Cepani DAZN al verplicht om de wedstrijden te blijven uitzenden. De arbiters hebben nu nieuwe voorlopige maatregelen uitgesproken over het financiële luik.
Volgens HLN eisten de advocaten van DAZN voor de rechtbank om tijdelijk slechts 60 % van het oorspronkelijke jaarbedrag te betalen (wat neerkomt op ongeveer 50,5 miljoen euro). Na een doorlichting van de financiële gezondheid van de professionele clubs uit de hoogste klasse, hebben de arbiters uiteindelijk de de facto gulden middenweg gekozen : ze oordeelden dat de financiële situatie van de meeste stamnummers stabiel genoeg was en bepaalden de verplichte betaling op 85 % van het totale bedrag.
Binnen de Pro League wordt deze beslissing vrij positief onthaald, omdat het de directe schade voor de clubkassen beperkt. De afloop van deze machtsstrijd blijft echter onzeker. Als de Pro League bij het eindoordeel volledig in het gelijk wordt gesteld, kan ze de ontbrekende 15 % opeisen. Omgekeerd, als de rechtbank DAZN ten gronde gelijk geeft, zal de rechtenhouder de terugbetaling van de teveel ontvangen bedragen kunnen eisen.













