Vrijdagochtend raakte Neuville een sneeuwwand, maar hij kon de weg bijna onmiddellijk vervolgen. Het echte probleem was echter het enorme temperatuurverschil tussen de buitenlucht en de cockpit. Dat zorgde voor bevroren condens op de voorruit, waardoor Neuville genoodzaakt was de ruit handmatig te ontdooien. De Belg verloor 1:20 minuut en slaagde er nooit in om die kloof te dichten. Neuville, die normaal gesproken mentaal ijzersterk is, toonde zich gefrustreerder dan ooit en sprak over de moeilijkste periode uit zijn carrière.
Zijn wagen was bovendien totaal onvoorspelbaar: het ene moment onbestuurbaar, het andere moment goed voor een snelste tijd. Zondagochtend kampte hij met zwaar onderstuur, maar tegen de middag won Neuville de Power Stage. Daarmee sprokkelde hij vijf extra punten voor het wereldkampioenschap, bovenop de zes punten die hij dankzij zijn zevende plaats in de eindstand behaalde.
De situatie dreef Neuville tot wanhoop. «De frustratie is natuurlijk heel groot. Maar zolang er hoop is, is er leven. Ik denk dat we al onze moed bijeen moeten rapen en onszelf moeten herpakken. Maar eerlijk gezegd: ik weet het niet meer», reageerde Neuville bij de organisatoren.
In de mixed zone ging hij dieper op de feiten in en keek hij al vooruit naar de Safari Rally (12 tot 15 maart in Kenia). «Deze week testen we voor de Safari, gevolgd door tests voor de asfattrally’s. We werken hard en rijden veel, maar op de een of andere manier werken we niet in de juiste richting. Ik kan de vinger maar niet op de zere plek leggen.»
«We hebben de afstellingen tijdens deze rally 30 tot 35 keer gewijzigd. Op een bepaald moment reden we allemaal met verschillende settings, daarna weer met dezelfde, maar het maakte geen enkel verschil. Het remmen was catastrofaal. We hadden totaal geen grip en kampten met enorm veel onderstuur.»













