“Ik kan tevreden zijn. Ik heb het niveau bereikt dat ik wilde bereiken. Ik denk zelfs dat ik een beetje beter ben dan vorig jaar, maar dat garandeert geen overwinning in een Monument. Het is onrealistisch om te denken dat ik er elk jaar één zal winnen. Soms heb je wat geluk nodig. Je kan alleen controleren hoe hard je zelf werkt, niet hoe goed de anderen zijn”, aldus de Nederlandse renner.
De factor geluk speelde inderdaad een rol, zoals in Parijs-Roubaix, waar de Nederlander in topvorm was maar helaas een fatale lekke band kreeg: “Ik was een van de sterksten. Maar de pech heeft me genekt.” In de andere Monumenten was Tadej Pogacar onklopbaar: hij won Milaan-Sanremo in de sprint tegen Tom Pidcock en ook de Ronde van Vlaanderen na een zware strijd met Van der Poel.
De renner van Alpecin-Deceuninck wist desondanks twee klassiekers te winnen: Omloop Het Nieuwsblad en de E3 Saxo Classic.
Een ‘klavertjevier’ in het vizier
De 31-jarige renner richt zich nu op de rest van het seizoen. Volgens Het Laatste Nieuws heeft hij zijn exacte programma nog niet bekendgemaakt, maar hij bevestigde wel zijn deelname aan de Tour de France.
Zijn belangrijkste doel ligt echter elders: de wereldkampioenschappen mountainbike in Val di Sole, Italië, eind augustus. “Het is heel waarschijnlijk dat ik daar zal deelnemen. Dat is kort na de Tour, maar ik denk dat ik daar in topvorm kan zijn. Wereldkampioen mountainbike worden is een droom voor mij. Als ik één wens heb voor 2026, is het om daar goud te pakken.”
Van der Poel zou daarmee de enige renner kunnen worden die een uniek ‘klavertjevier’ voltooit: wereldkampioen op de weg, in het veldrijden, op gravel én in het mountainbiken.













