Met zijn overwinning in de vijftiende etappe van de Tour de France begint Remco Evenepoel met aanzienlijk meer vertrouwen aan de slotweek dan vooraf was ingecalculeerd. Nadat hij op de Col de Solaison was meegesprongen met Isaac Del Toro en Tadej Pogacar, hield de Belg stand tegen het duo van UAE Emirates om het vervolgens koelbloedig af te maken in de sprint.
Nog maar net van zijn fiets gestapt, stak de Belgische kopman zijn immense opluchting én de loodzware impact van een nochtans moeizaam begonnen dag niet onder stoelen of banken in het flashinterview : “Ik sta nog te trillen op mijn benen van de emotie. Dit was een helse dag. In het begin voelde ik me echt heel slecht. Je moet niet vergeten dat ik hier koers tegen de beste renners aller tijden. Het was een moordende klim met Tadej en Isaac. Dit is een enorme stap voorwaarts.”
Dit succes tegen de absolute wielertop is goud waard voor Evenepoel, die erom bekendstaat zich te storen aan de constante kritiek van analisten op zijn klimvermogen in het hooggebergte : “Er wordt me constant verweten dat ik het moeilijk heb op de echt steile beklimmingen. Dit doet onvoorstelbaar veel deugd. Voor iedereen om me heen, en natuurlijk vooral voor mezelf.”
Om deze loodzware percentages te temmen, kon de Belgische kopman terugvallen op een minutieuze voorbereiding en een perfecte parcourskennis : “Ik ken deze klim door en door. Ik heb hem zeker twintig keer omhoog gereden tijdens mijn trainingskamp hier. Nu gaat de focus volledig op de slotweek. Het is geweldig om net nu mijn beste benen te vinden in deze Tour.”
Toen hem tot slot werd gevraagd naar de grote plottwist van de dag – de dramatische opgave van Jonas Vingegaard – toonde Evenepoel zich diep aangedaan door het lot van de Deen : “Dit is in de eerste plaats verschrikkelijk voor hem. Dit is iets wat je werkelijk niemand toewenst.”













