Italië werd dinsdag in de finale van de Europese barrages na strafschoppen uitgeschakeld door Bosnië-Herzegovina. Hierdoor ontbreekt de viervoudig wereldkampioen voor de derde opeenvolgende editie op het hoogste podium, na de eerdere afwezigheid in 2018 en 2022.
In Zenica eindigde de reguliere speeltijd en de verlengingen op een 1-1 gelijkspel. De Bosniërs toonden zich koelbloediger in de strafschoppenreeks (4-1) en plaatsen zich zo voor hun tweede WK ooit, na hun debuut in 2014.
Ook Tsjechië dwong de kwalificatie af via strafschoppen, ten koste van Denemarken (3-1). Na de verlengingen stond er een 2-2 eindstand op het bord. De Tsjechen keren zo twintig jaar na hun laatste deelname terug op het wereldtoneel.
Turkije en Zweden verzekerden zich dinsdagavond eveneens van een ticket voor het WK 2026 in de Verenigde Staten, Mexico en Canada door hun barrageduels te winnen.
Turkije mag zich na 24 jaar weer opmaken voor een WK-deelname. De laatste keer dat de Turken present waren, was in 2002, toen ze knap derde werden in Zuid-Korea en Japan. Ze wonnen hun beslissende wedstrijd met 0-1 in Kosovo, dankzij een doelpunt van Kerem Aktürkoglu in de 53ste minuut.
Zweden boekte zijn ticket voor Noord-Amerika na een zwaarbevochten 3-2 overwinning tegen Polen. Anthony Elanga zette de Scandinaviërs in de 19de minuut op voorsprong (1-0), maar Nicola Zalewski bracht Polen na een halfuur weer langszij (33e, 1-1). Vlak voor rust scoorde Gustaf Lagerbielke tegen de spelverhouding in de 2-1 (44e). De Polen bleven dominant en kwamen in de tweede helft opnieuw op gelijke hoogte via Karol Swiderski (55e, 2-2). Het was echter Zweden dat het laatste woord had: in de slotfase schoot goudhaantje Viktor Gyökeres zijn land definitief naar het WK (88e, 3-2).













