De wereldvoetbalbond staat op het punt een onafhankelijk auditbureau aan te stellen om de haalbaarheid te onderzoeken van een WK met liefst 64 landen, en dat al vanaf de editie van 2030. Op 14 augustus moet er een duidelijk standpunt én een strakke timing op tafel liggen. Het idee — dat oorspronkelijk werd gelanceerd door de CONMEBOL in het kader van de honderdste verjaardag van het toernooi in Uruguay — vond intussen steeds meer gehoor bij de FIFA-voorzitter.
Gianni Infantino steekt zijn ambitie om het hoogste wereldtoernooi verder open te breken niet onder stoelen of banken : « De hele wereld moet kunnen dromen van een WK, en niet alleen Europa en Zuid-Amerika. Het algemene niveau van de landen is wereldwijd zienderogen gestegen. »
Sportief gezien zou een WK met 64 naties een oplossing kunnen bieden voor de logistieke en reglementaire hoofdbrekens van het huidige formaat met 48 teams. In plaats van te moeten goochelen met de beste derdes om de knock-outfase te vervolledigen, zou een toernooi met 64 landen bestaan uit 16 groepen van 4 teams, waarbij de eerste twee zich rechtstreeks plaatsen voor de klassieke 1/16e finales.
Dat model brengt het totale aantal wedstrijden op 128 (tegenover 104 in de huidige formule), maar zorgt tegelijk voor aanzienlijk meer transparantie voor zowel supporters als de tv-rechtenhouders.
Waar het vooruitzicht om meer kleine voetballanden te verwelkomen op veel bijval kan rekenen in opkomende voetbalnaties, stuit het project op scherpe oppositie vanuit de UEFA en de Aziatische confederatie (AFC). Aleksander Ceferin en de Europese voetbalbestuurders hekelen de onhoudbare roofbouw op de spelerskalender en de loodzware organisatorische druk op de gastlanden (Spanje, Portugal en Marokko).
De impactstudie die de FIFA tegen 14 augustus verwacht, moet vooral uitwijzen of de bestaande infrastructuur en het mondiale voetbalbestel een dergelijke hervorming kunnen slikken zonder dat de sportieve waarde van het toernooi verwatert.













