De Rode Duivels nemen het maandag (lokale tijd, dinsdagochtend 2 uur Belgische tijd) in de achtste finales van het WK voetbal op tegen de Verenigde Staten. Team USA versloeg woensdag (lokale tijd) in de zestiende finales Bosnië en Herzegovina in San Francisco Bay Area met 2-0. België plaatste zich eerder woensdag na een epische comeback tegen Senegal (3-2 na verlengingen) voor de laatste zestien.
De VS stond bij de rust verdiend op voorsprong. Een treffer van Folarin Balogun werd eerst nog afgekeurd voor buitenspel, maar op slag van rusten was het toch raak voor de winger van AS Monaco (45.), nadat hij met een gelukje in balbezit kwam in de zestien. De troepen van Mauricio Pochettino maakten in de tweede periode jacht op de gelijkmaker - zonder succes. Bosnië en Herzegovina kon zijn 40-jarige sluipschutter Edin Dzeko niet in stelling brengen en de veteraan moest vroeg in de tweede helft mankend naar de kant.
De VS schoot zichzelf even voorbij het uur in de voet, toen Balogun (64.) rood kreeg via een VAR-interventie nadat hij op de enkel van Tarik Muharemovic ging staan. De vleugelspeler, dit WK al goed voor drie treffers, mist zo in principe het duel met de Belgen. Het ontbrak Bosnië en Herzegovina evenwel aan kwaliteit om tot grote kansen te komen. Toen Malik Tillman (82.) op vrije trap, waarbij keeper Nikola Vasilj er niet te best uitzag, de 2-0 scoorde, was het helemaal over en uit. De wedstrijd bloedde nadien dood.
De VS stootte als groepswinnaar door na zeges tegen Paraguay (4-1) en Australië (2-0) en een nederlaag tegen Turkije (2-3). Bosnië en Herzegovina werd opgevist als een beste derde na een gelijkspel tegen Canada (1-1), nederlaag tegen Zwitserland (1-4) en zege tegen Qatar (3-1).
De Rode Duivels en de VS ontmoeten elkaar voor het eerst weer in een officiële wedstrijd sinds het WK in Brazilië. Toen wonnen de Belgen op 1 juli 2014 - dus (bijna) dag op dag 12 jaar geleden - een memorabele achtste finale met 2-1 na verlengingen via doelpunten van Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku. Eind maart stonden beide landen vriendschappelijk nog tegenover elkaar. De ploeg van Rudi Garcia haalde het toen in Atlanta met 2-5.













