Jonathan Sacoor, Dylan Borlée, Julien Watrin en Daniel Segers klokten 2 :59.51, bijna twee seconden boven het Belgische record van 2 :57.75. Dat record werd gevestigd in de finale van de Olympische Spelen in Parijs door Jonathan Sacoor, Dylan Borlée, Kevin Borlée en Florent Mabille.
Sacoor bracht België meteen in een uitstekende positie en gaf de stok in de top drie door aan Borlée. Die kwam als tweede uit de bocht en gaf als derde over aan Watrin, die die positie behield bij de wissel met Segers. De Belgische kampioen hield lange tijd stand op een podiumplaats, maar moest in de laatste meters alsnog passen.
De Nederlander Jonas Phijffers ging hem voorbij en bezorgde Nederland het brons met amper twee honderdsten verschil : 2 :59.49 tegenover 2 :59.51.
Italië kroonde zich tot Europees kampioen in 2 :59.16, voor Groot-Brittannië, dat tweede werd in 2 :59.19. De Tornados waren in 2024 in Rome nog Europees kampioen geworden en missen zo de kans om een 24e medaille op een groot kampioenschap te veroveren.













