Nu het wielerjaar zijn laatste prijzen heeft uitgedeeld, onder meer met de Kristallen Fiets voor Evenepoel, greep de 25-jarige Belg het moment aan om verschillende interviews te geven. Over de nasleep van zijn winterval, zijn successen en zijn transfer: Evenepoel kroop in de rol van verteller.
In de podcast Café Koers blikte hij eerst terug op het zware ongeval van afgelopen winter, dat zijn hele seizoen bepaalde. “In het begin was ik bang dat alles voorbij was. De impact op de spieren en pezen van mijn rechterschouder beangstigde me enorm”, vertelt hij.
Daarna volgde een lange revalidatieperiode, waarin Evenepoel toegeeft in een depressie te zijn beland. “Zelfs een bericht beantwoorden voelde al te veel. Ik trok me terug. Wanneer iemand me belde, had ik het gevoel dat hij zich met zaken bemoeide die hem niet aanbelangden.”
Een ongeval dat hem nog steeds parten speelt
Na zijn comeback boekte hij toch enkele mooie successen, zoals zijn wereld- en Europese titel in het tijdrijden. Maar zelfs in zijn geliefde discipline blijft het ongeval sporen nalaten. “Na elke tijdrit heb ik een stevige behandeling nodig om alle spieren rond mijn schouder te ontspannen”, vertelt hij aan Het Nieuwsblad.
Ook tijdens de koers ondervindt hij hinder: “Ik kan met mijn rechterhand geen voeding meer uit het achterzakje van mijn trui nemen.”
Een onvermijdelijke transfer
Een ander sleutelmoment was de aankondiging van zijn transfer. Na zeven seizoenen bij Soudal–Quick Step, de ploeg waar hij prof werd, besloot hij van omgeving te veranderen en voor Red Bull–Bora–hansgrohe te kiezen.
Een bijna onvermijdelijke stap, volgens Evenepoel. “Je voelt dat het team nu opnieuw wil investeren in de klassieke voorjaarscampagne. Maar ik dacht: we hebben podium gereden in de Tour, de Vuelta gewonnen, we stonden op het punt de Giro te winnen… Waarom niet verder in die richting gaan? Om één of andere reden was dat niet meer het plan. Dan moet je elders gaan kijken”, legt hij uit in La Dernière Heure.
En terwijl hij nog maar net zijn nieuwe ploeg leert kennen, merkt hij al opvallende verschillen. “Een voorbeeld: zij hebben de kamers voor de Teide-stage al maanden geleden geboekt. Bij Soudal–Quick Step was het meer freestyle: ‘Oké, we gaan nu op stage.’ Dat werkte ook, maar hier is er een andere organisatie, nieuwe ideeën, een nieuwe wind.”
De concurrentie wordt er echter groter dan bij Soudal–Quick Step, waar hij onbetwiste kopman was. Toch ziet Evenepoel daar vooral voordelen in. “Het zal me pushen om het beste uit mezelf te halen. En twee kopmannen verhogen de winstkansen. De ene dag hij, de volgende dag ik. Dat is onze filosofie.”
Een nieuwe trainer om dichter bij Pogacar te komen in het hooggebergte
Ook in zijn omkadering verandert er veel. Met zijn overstap naar Red Bull–Bora–hansgrohe moet Evenepoel afscheid nemen van zijn coach Koen Pelgrim, met wie hij sinds 2018 samenwerkte. Voortaan traint hij onder Dan Lorang, een bekende naam uit de biatlonwereld.
Ook hier ziet hij mogelijkheden. De wereldkampioen tijdrijden weet precies waar er nog rek op zit, zoals hij opnieuw vertelde aan La Dernière Heure: “In het vermogen om extreme wattages een specifieke tijd vol te houden. Dat is wat Tadej zo ongelooflijk maakt: vijf tot tien minuten op een monsterlijk ritme waardoor de groep uit elkaar spat. Eerst rijdt zijn ploeg nog vijf minuten, daarna hij nog eens vijf, en zo pakt hij één of twee minuten. Dat is iets waar wij op gaan werken.”
Want hij weet dat hij de Sloveen komend seizoen opnieuw vaak zal tegenkomen — en daar wil hij zijn programma niet voor aanpassen. “Ik ben niet van plan Pogacar te vermijden. In 2026 ga ik mijn programma niet op het zijne afstemmen”, verklaarde hij in Café Koers.













