Volgens L’Équipe beperkt de zware val van Wout Van Aert tijdens het veldrijden in Mol, vrijdag, zich niet tot het voortijdig einde van zijn winterseizoen. Het zou ook zijn voorbereiding op de weg ernstig in gevaar brengen, veel meer dan aanvankelijk door zijn ploeg werd gesuggereerd.
Volgens de Franse krant, die meldt dat de renner van Visma | Lease a Bike zaterdag in Herentals werd geopereerd, lijdt Van Aert aan een breuk van de buitenenkels (laterale malleolus) aan zijn rechterbeen, ter hoogte van het kuitbeen. Een Belgische medische bron, aangehaald door L’Équipe, spreekt over «een gewrichtsbreuk, maar eenvoudig, die met osteosynthese is geopereerd». Een ingreep die een betere mobiliteit en een sneller herstel bevordert, maar die niet overeenkomt met het idee van een «kleine breuk», zoals in de officiële mededeling van de Nederlandse ploeg werd gesuggereerd.
Een strakke timing
Professor Gilbert Versier, orthopedisch chirurg en traumatoloog die regelmatig op de Tour de France aanwezig is, schat dat de volledige consolidatie van het bot «zes tot acht weken» vereist. De strikte immobilisatie zou ongeveer een maand duren, met een geleidelijke heropbouw van belasting en lopen tussen de vier en zes weken. De terugkeer op de hometrainer zou eerder na zes weken plaatsvinden, of in de gunstigste gevallen na vier weken.
Mathieu Le Strat, momenteel arts bij Groupama-FDJ, deelt grotendeels deze mening. Hoewel hij aanvankelijk optimistisch was op basis van de beperkte informatie die Visma | Lease a Bike had gecommuniceerd, erkent hij dat «het iets ingewikkelder is». Hij sluit echter niet uit dat Van Aert na ongeveer drie weken, dankzij de osteosynthese, weer op de hometrainer kan trainen.
Voor de training op de weg zou de hersteltijd dus tot twee maanden kunnen oplopen, en drie maanden voor deelname aan wedstrijden. Gilbert Versier benadrukt wel dat wielrennen, een sport zonder volledige gewichtsbelasting, als geleidelijke revalidatie kan dienen. In dit licht blijft deelname van Van Aert aan de Vlaamse en Ardenner klassiekers, zoals de Ronde van Vlaanderen (5 april) en Parijs-Roubaix (12 april), mogelijk – hoewel zijn vorm op dat moment nog steeds een onzekere factor is.













