Het puntenklassement steekt in een nieuw jasje. Voor de komende Tour de France heeft de wedstrijdleiding besloten om de barema’s van de groene trui aan te passen, met als doel de prioriteit weer bij de rasechte sprinters te leggen. Voortaan strijkt de winnaar van een etappe met « coëfficiënt 1 » (de vlakke profielen zonder hindernissen) 70 punten op, tegenover 50 voorheen. De tweede krijgt 50 punten, de derde 40, enzovoort. Het barema blijft daarentegen degressief voor de meer geaccentueerde profielen : 50 punten voor coëfficiënt 2, 30 punten voor coëfficiënt 3 en slechts 20 punten voor de aankomsten in het hooggebergte.
Het peloton krijgt in 2026 vijf van dit soort kansen voorgeschoteld, met aankomsten die beloofd zijn aan de sprinters in Pau (5e etappe), Bordeaux (7e), Bergerac (8e), Nevers (11e) en Chalon-sur-Saône (12e). Om hun voordeel nog verder te vergroten, zijn ook de tussensprints opgewaardeerd : de eerste krijgt voortaan 25 punten in plaats van 20.
Hoewel ASO haar reglementen regelmatig wijzigt — vaak voor de bolletjestrui —, zal deze hervorming de kaarten grondig herschudden. De uittredende winnaar van het groene tricot, de Italiaan Jonathan Milan (Lidl-Trek), zal dit jaar niet deelnemen aan La Grande Boucle en laat zijn troon dus vacant achter.













