Voor de voormalige Rode Duivel is dit klimaat van vertrouwen het beste ingrediënt om aan een WK-eindronde te beginnen : « Voor een speler is dit het allerbeste. Dat gevoel van positiviteit onder de supporters, de pers en binnen de ploeg. Natuurlijk moeten we niet gaan zweven en zeggen dat onze plaats in de kwartfinales al binnen is, maar het is prettig om op deze manier te vertrekken. De verdediging, bijvoorbeeld, is nog niet van wereldniveau, al geloof ik dat optimisme daaraan kan bijdragen. Voor ons vertrek naar Qatar was de sfeer doorspekt met negativiteit. »
Naast de mentaliteit is Toby Alderweireld van mening dat het menselijke management en de duidelijke hiërarchie die bondscoach Rudi Garcia heeft ingesteld, de grootste troeven zijn van dit België anno 2026 : « Duidelijkheid is essentieel. Bij elk groot team zou je de elf, of toch zeker tien basisspelers, met de ogen dicht kunnen opnoemen. Als je daarnaast nog eens vijf spelers hebt die voortdurend denken ‘nu is het mijn beurt’ en die kans niet krijgen, dan zal de teleurstelling te vaak toeslaan. Als iedereen zijn rol kent en accepteert – Dries Mertens was daar bijvoorbeeld fantastisch in – dan kun je als team echt iets uitzonderlijks neerzetten. »
« We leken niet langer op een team »
Vier jaar later stemt Alderweireld ermee in om terug te blikken op de interne spanningen die de campagne in Qatar in 2022 overschaduwden, waarbij hij de vinger legt op een onhandige media-uitspraak van Eden Hazard over de vermeende « traagheid » van het centrale verdedigingsduo : « In 2022 kwamen we net uit 2018, een jaar waarin iedereen op de toppen van zijn kunnen presteerde. Ik had het gevoel dat men daarna spijkers op laag water ging zoeken. We hadden een goede kwalificatie achter de rug en toch hoorden we in interviews plotseling kritiek op onze verdediging. Kijk, die opmerking van Eden, dat was typisch Eden, en hij verduidelijkte achteraf dat het een grapje was, maar de rest van de ploeg kon er niet om lachen. Jongens als Jan (Vertonghen), Thomas (Vermaelen) en ik hadden het van ons af kunnen zetten – zo vol van onszelf zijn we nu ook weer niet – maar je voelde het gewoon : we leken niet langer op een team. »
Een tikkeltje bitter herinnert Alderweireld eraan dat de verdediging destijds op dezelfde manier had kunnen reageren : « We hadden ook kunnen vragen waar de aanvallers zaten tijdens die grote matchen tegen Argentinië of Frankrijk, maar je beseft dat dat gewoon spelsituaties zijn. Ironisch genoeg hebben Jan en ik in Qatar misschien wel ons beste toernooi gespeeld. Vandaag hoor ik soms zeggen dat we een geweldige verdediging hadden, maar tijdens mijn laatste jaren was het juist de verdediging die de meeste kritiek over zich heen kreeg. »













