Het parcours bestond uit een vlak stuk van ongeveer twintig kilometer, gevolgd door tien kilometer met heuvels. De laatste tien kilometer waren opnieuw vlak.
Als laatste renner die van start ging, omdat hij de titelverdediger was, zette Evenepoel de snelste tijd neer bij de eerste tussentijdmeting, na 12,5 km. De regerend wereldkampioen had 6,70 seconden voorsprong op Ganna en 12,04 seconden op de Brit Joshua Tarling. De Zwitser Stefan Küng volgde op 21,75 seconden, voor de Australiër Jay Vine, die 22,78 seconden achterstand had. Campenaerts stond op de dertiende plaats met 41,57 seconden achterstand.
Evenepoel bouwde zijn voorsprong verder uit bij de derde tussentijd (km 36,7), waar hij 19,00 seconden voor Ganna reed. Vine bleef derde op 1:03,44, met Affini en Tarling vlak achter hem. Campenaerts zakte naar de achtste plek. Vine maakte echter een valpartij mee in de slotfase, waardoor zijn kansen op een medaille vervlogen. Affini profiteerde hiervan om het podium te vervolledigen op 54,44 seconden achter Evenepoel, en pakte zo een nieuwe medaille na zijn Europese titel op 11 september.
Evenepoel, 24 jaar, behaalde hiermee zijn 59e overwinning in zijn carrière. Vorig jaar werd hij al wereldkampioen in deze discipline in Glasgow. Hij voegt nu ook een wereldtitel toe aan zijn olympische titel, nadat hij deze zomer goud won op de Olympische Spelen in Parijs. Het wonderkind uit Schepdaal werd in 2022 ook wereldkampioen op de weg en in 2019 Europees kampioen tijdrijden.