De schipbreuk kreeg al in de eerste vijfenveertig minuten vorm, waarin paars-wit volledig kopje-onder ging en met een loodzware 4-0 achterstand de kleedkamers opzocht. Voor Taravel is de tactische analyse quasi bijzaak in vergelijking met het algemene gebrek aan inzet bij zijn team : « Hier valt helemaal niets te analyseren. Dit was een dramatische eerste helft. We gaan het tactisch niet eens bespreken. Als je de duels niet aangaat en niet doordekt op de man, dan kun je simpelweg niets uitrichten. Dan is het logisch dat je in de eerste helft meteen een 4-0 om de oren krijgt. De wedstrijd is dan gespeeld. Dit is een enorme tristesse voor de supporters. Want ook al stond er mathematisch niets meer op het spel, dit bleef een Brusselse derby voor de eer van het shirt. Voor het clublogo. Ik ben gefrustreerd en razend. »
Taravel weigerde zich te verschuilen achter het gemakkelijke excuus van een overvolle kalender of fysieke slijtage in dit competitieslot, en wees resoluut naar de mentale tekortkomingen van zijn spelersgroep : « Van vermoeidheid is absoluut geen sprake. Union heeft dit seizoen evenveel wedstrijden gespeeld als wij, zo niet meer. Dit is een kwestie van mentaliteit, van ingesteldheid, van willen vechten. Nogmaals, dat begint al op training : we moeten veel competitiever worden. Een winnaarsmentaliteit kweken. Je niet zomaar naar de slachtbank laten leiden. We gaven veel te veel ruimte weg en speelden zonder trots. We behouden onze vierde plaats, maar het is doodzonde om zo op een valse noot te eindigen, zéker in een derby. »
Zich terdege bewust van de diepe kloof tussen de opofferingen in de tribunes en het wanvertoning op de mat, hield de coach eraan om expliciete excuses aan te bieden aan de achterban : « Het spijt ons. Het spijt me oprecht voor hen. Dit was opnieuw een ontzettend gecompliceerd seizoen voor onze fans. We moeten hen bedanken omdat ze ons het hele jaar door zijn blijven steunen, terwijl we weten hoe zwaar ze het hebben. Maar de club heeft stappen vooruitgezet. »













