Zonder de Belgische verdediger Zeno Debast — die geblesseerd aan de kant stond en nog altijd hoogst onzeker is voor het aankomende wereldkampioenschap — keek Sporting al snel tegen een achterstand aan na een gelukkig openingsdoelpunt van Kevin Zohi (4e). De grootmacht uit Lissabon zwoegde en zuchtte tegen de tweedeklasser, maar knokte zich in de 54e minuut weer langszij via de Colombiaanse spits Luis Suárez.
Torreense kwam daarna zwaar onder druk te staan, maar profiteerde optimaal van de rode kaart voor Maximiliano Araújo. In de tweede helft van de verlengingen volgde de genadeslag : Stopira zette in de 112e minuut de beslissende strafschop feilloos om.
De club uit Torres Vedras, een stadje zo’n 40 kilometer ten noorden van Lissabon, had nog nooit een grote prijs gepakt en mag via de barrages bovendien nog altijd hopen op promotie naar het hoogste niveau. Door deze bekertriomf plaatsen ze zich tevens rechtstreeks voor de competitiefase van de Europa League. Nooit eerder won een tweedeklasser de Portugese beker. Al deed Leixões in 1961 nóg straffer : zij pakten de beker toen ze zelfs nog op het derde niveau actief waren.
Voor Sporting Lissabon is de gifbeker hiermee helemaal leeg. Nadat ze de landstitel eerder al moesten overlaten aan aartsrivaal FC Porto, grijpen ze nu ook naast de beker en eindigen ze het seizoen met lege handen.













