Union deed woensdag wat het moest doen in de terugwedstrijd van de halve finale van de Beker van België. Met een overtuigende 4-1-zege tegen Sporting Charleroi plaatsten de Brusselaars zich voor de finale. Na de 0-0 in het Mambourg kwamen de Unionisten al na enkele seconden op voorsprong, maar ze zagen Charleroi in de derde minuut alweer langszij komen. Uiteindelijk maakte Union in de tweede helft het verschil.
“We wilden sterk beginnen. Het is goed dat we na tien seconden scoren, maar daarna slikken we veel te snel de gelijkmaker”, verklaarde Hubert na afloop bij de RTBF. “Dat begin zorgde voor een nerveuze eerste helft. We zochten te snel naar die beslissende pass. Er waren bij de rust heel wat zaken die we moesten bijsturen. In de tweede helft brachten we meer controle in ons spel. Uiteindelijk telt in een bekerwedstrijd maar één ding: de kwalificatie.”
“Geen enkele ploeg speelde meer dan wij sinds de winterstop”
“De kracht van een ploeg op lange termijn is het collectief”, vervolgde de Union-coach. “Dit was onze negende wedstrijd in vier weken. Geen enkele ploeg heeft sinds de winterstop in België meer wedstrijden gespeeld dan wij. Dat we die reeks met de volledige kern hebben kunnen afwerken, versterkt dat gevoel alleen maar.”
En wanneer hem gevraagd werd naar een mogelijke dubbel beker-kampioenschap, was David Hubert duidelijk: “Ja, dat is ons doel. We wisten dat januari en februari bepalend zouden zijn voor de rest van het seizoen. Het is een finale die nog gespeeld moet worden, we hebben nog niets in handen.”













